De vraag die ik het vaakst krijg gaat niet over stijl en niet over maat, maar over houtsoort. Eiken, noten of essen, en wat is nu eigenlijk het verschil. In de showroom lijkt dat verschil klein, zeker onder felle spots op een pas geoliede tafel. Thuis, na twee winters met zon door het raam en handen op het blad, is het verschil groot. Daarom zet ik ze hier naast elkaar op de punten die er over vijf jaar toe doen, en niet op de punten die in de winkel het mooiste klinken.
Ik doe dat bewust in een tabel, want dit is een vergelijking en geen verhaal. Drie alinea’s naast elkaar leggen is precies wat je in de showroom ook moet doen, en dat is nu juist het probleem.
De drie soorten naast elkaar
| Eiken | Noten | Essen | |
|---|---|---|---|
| Kleur bij levering | Licht goudbeige tot honing, soms wit geolied | Warm middenbruin met donkere en paarsige banen | Bijna wit tot licht crème, heel egaal |
| Kleur na vijf jaar | Donkerder en warmer, trekt naar amber | Lichter en zachter, het paars zakt eruit | Iets geler, verder stabiel |
| Nerf | Grof en duidelijk, met spiegels bij gezaagd op kwartier | Rustig, golvend, sterk wisselend per plank | Lang en recht, lijkt op es-hout in sportmateriaal |
| Hardheid | Hard | Middelhard, iets zachter dan eiken | Hard en taai, veert mee |
| Krassen | Zichtbaar, maar vallen weg in de nerf | Zichtbaar en licht van kleur, vallen op | Zichtbaar en donker, vallen op tegen het lichte hout |
| Vlekken | Reageert op ijzer en op rode wijn, geeft donkere plekken | Vergeeflijk, vlekken verdwijnen in de tekening | Gevoelig, vet trekt in het open porie-oppervlak |
| Prijs (indicatie, massief blad) | Midden | Hoog tot zeer hoog | Laag tot midden |
| Werkt goed in | Bijna elk interieur, van landelijk tot strak | Warme, donkere en rustige interieurs | Lichte, luchtige interieurs |
| Onderhoud | Bijoliën één tot twee keer per jaar | Bijoliën één keer per jaar, uit direct zonlicht houden | Bijoliën twee keer per jaar, vet direct wegnemen |
Eiken is de veilige keuze, en dat is geen verwijt
Eiken is populair om een reden die weinig romantisch is: het vergeeft. De nerf is zo uitgesproken dat een kras erin verdwijnt in plaats van eruit springt. Het hout is hard genoeg voor een tafel waar dagelijks aan gegeten en gewerkt wordt, en het is in zulke hoeveelheden beschikbaar dat de prijs redelijk blijft. Als iemand mij vraagt wat hij moet nemen zonder verder iets over zijn huis te vertellen, zeg ik eiken.
Wat mensen wel verrast is hoeveel donkerder eiken wordt. Een licht geolied blad dat je in maart koopt is in september al een halve tint warmer, en na een paar jaar zit je op een kleur die je in de winkel misschien niet gekozen zou hebben. Dat is geen gebrek maar een eigenschap, en in mijn ogen de mooiste die eiken heeft. Vervelend wordt het alleen als je er losse stukken bij koopt, want een nieuwe eiken bank naast een vijf jaar oude eiken tafel klopt nooit helemaal. Koop bij elkaar wat bij elkaar moet passen, of accepteer dat het bewust verschilt.
Let ook op de vlekken. Eiken zit vol looizuur en dat reageert met ijzer, dus een natte gietijzeren pan of een blikje dat er een nacht op blijft staan geeft een blauwzwarte plek die er niet zomaar uit gaat. Bij een licht afgewerkte eettafel in Scandinavische stijl valt zo’n plek meteen op, en dat is precies waar de meeste schrik zit.
Noten koop je voor de tekening, niet voor de hardheid
Noten is het hout waar mensen verliefd op worden en waar ze zich vervolgens op verkijken. De tekening is prachtig en per plank anders, met donkere banen die door het blad lopen. Maar noten is zachter dan eiken, en dat merk je aan de rand van een tafel waar stoelen tegenaan komen. Een deuk in noten is een deuk, geen kras die vervaagt.
Wat bijna niemand vertelt: noten wordt lichter in plaats van donkerder. Vers noten heeft vaak een paarsige gloed, en die verdwijnt in de eerste twee jaar. Wat overblijft is een warmer en zachter bruin, wat ik zelf mooier vind dan hoe het eruitzag toen het werd bezorgd. Zet het alleen niet in de volle zon bij een raam op het zuiden, want dan gaat dat proces op één plek veel sneller en zie je straks precies waar het licht viel.
Noten is duur, en dat maakt de keuze tussen massief en fineer relevanter dan bij de andere twee. Een goed opgebouwd noten fineer op een stabiele kern is geen tweede keus. Sterker nog, bij grote bladen is het vaak verstandiger, omdat het minder werkt bij wisselende luchtvochtigheid. De regel die ik aanhoud is simpel: massief waar je aan zit en aan voelt, fineer waar oppervlak en stabiliteit belangrijker zijn dan de rand. Dat past ook bij de manier waarop ik naar duurzaam gemaakte meubels kijk, want van een kostbare boom een groot aantal vierkante meters maken in plaats van een paar dikke planken is niet het slechtste idee.
Essen is onderschat en is aan zijn tweede leven bezig
Essen kennen de meeste mensen van hockeysticks en gereedschapsstelen, want het is taai hout dat meeveert zonder te breken. In het interieur is het lang uit beeld geweest, en het komt nu terug omdat het bijna wit is en de lichte, luchtige interieurs die nu gemaakt worden daar om vragen. Voor een lager budget krijg je een blad dat qua rust en helderheid dicht bij gebleekt eiken komt.
De nadelen zijn eerlijk gezegd praktisch van aard. Essen heeft open poriën en is licht, en dat betekent dat vet en vocht sneller intrekken en dat je ze ook eerder ziet. Een olievlek van een fles op het aanrecht wordt een donkere plek. Krassen zijn donker tegen een lichte ondergrond, dus die springen eruit. Twee keer per jaar bijoliën is bij essen geen overbodige luxe maar gewoon onderdeel van de afspraak die je met het hout maakt.
Waar essen wél wint is in ruimtes die je licht wilt houden zonder in koude kleuren te vervallen. Bij een eettafel in Japandi-stijl, waar het hele idee draait om zachte kleuren en rustige lijnen, kan essen zelfs beter werken dan eiken, omdat de nerf minder om aandacht vraagt.
Wat ik zelf zou doen
Als het meubel dagelijks gebruikt wordt door een gezin, kies eiken. Niet omdat het het mooiste is, maar omdat je er over tien jaar nog steeds blij mee bent en de slijtage het beter maakt in plaats van slechter. Wil je één stuk in de kamer dat echt opvalt, en accepteer je dat het voorzichtig behandeld moet worden, neem noten en zet het uit de zon. Zoek je licht en heb je een beperkt budget, kijk dan serieus naar essen en reken erop dat je vaker een doek met olie pakt.
En de belangrijkste tip die niets met soort te maken heeft: vraag altijd om een monster en leg dat een week in je eigen kamer. Niet op tafel, maar op de plek waar het meubel komt te staan, en kijk er ’s ochtends en ’s avonds naar. Kunstlicht in een showroom is warmer dan het licht bij jou thuis, en dat verschil is groter dan het verschil tussen twee houtsoorten.
