Bij ons staat aan het hoofd van de tafel een stoel die iedereen kent als “de wiebelaar”. Hij kraakt bij het achteroverleunen en hij schuift een fractie mee als je gaat verzitten. De reflex van de meeste mensen, en jarenlang ook die van mij, is dan de schroeven aandraaien of er een viltje onder plakken. Dat helpt precies een week. Een houten stoel gaat namelijk zelden wiebelen omdat er iets los zit dat je vast kunt draaien, maar omdat de lijmverbindingen tussen de spijlen en de poten hun grip kwijt zijn. Zolang je die niet opnieuw maakt, blijf je symptomen bestrijden.
Het goede nieuws is dat opnieuw lijmen een van de dankbaarste klussen is die je aan een meubel kunt doen. Je hebt er een middag voor nodig, waarvan het grootste deel wachten is, en het resultaat gaat weer jaren mee. Ik vind het bovendien een klus die je houding tegenover je meubels verandert: zodra je een stoel een keer uit elkaar hebt gehad, kijk je anders naar het volgende exemplaar dat je koopt.
Waarom een stoel na een paar jaar gaat bewegen
Een eetkamerstoel krijgt de zwaarste behandeling van alle meubels in huis. Er wordt op geschommeld, achterovergeleund en met een ruk aan getrokken om aan tafel te schuiven. Al die krachten komen samen in een handvol verbindingen ter grootte van een duim. Daar komt bij dat hout in de winter krimpt en in de zomer weer uitzet, zeker sinds we onze huizen droger stoken. Een pen die in de zomer strak in zijn gat zit, heeft in februari speling. De oude lijm, vaak witte houtlijm en bij echt oude stoelen huidlijm, wordt bij die beweging langzaam vermalen tot poeder.
Dat is ook meteen de reden waarom een extra schroefje er dwars doorheen geen oplossing is. Je zet dan een harde metalen verbinding in een constructie die juist ontworpen is om spanning te verdelen. Het hout scheurt er op termijn omheen en dan heb je een stoel die niet alleen wiebelt maar ook gebarsten is. Wie zijn stoelen wil houden, haalt ze uit elkaar en begint opnieuw.
Eerst vaststellen welke verbinding beweegt
Ga zitten op de vloer met de stoel ondersteboven op schoot en pak twee delen tegelijk vast. Beweeg de zitting ten opzichte van een achterpoot, dan een spijl ten opzichte van een poot, en zo verder. Je voelt en hoort precies waar het geluid vandaan komt. Meestal zijn dat de onderste spijlen of de verbinding tussen zitting en achterpoot. Markeer elke losse verbinding met een stukje afplaktape en schrijf er met potlood een nummer op, plus hetzelfde nummer op het tegenoverliggende deel. Dat klinkt overdreven bij vier spijlen, maar bij een stoel met acht verbindingen ben je na een uur schoonmaken echt vergeten welke pen waar hoorde.
Wat je nodig hebt
- Houtlijm D3, ongeveer 5 tot 8 euro voor 250 milliliter. Te koop bij Praxis, Gamma, Karwei en bij de meeste ijzerwarenzaken. D3 is vochtbestendiger dan de gewone witte lijm en dat scheelt bij een stoel die af en toe met een natte doek wordt afgenomen.
- Een spanband of lijmklemmen met beschermde bekken. Een set van vier lijmklemmen kost rond de 20 euro, een sjorband uit het autoschap doet het net zo goed en kost een tientje.
- Een rubberen hamer, of een gewone hamer met een lap eronder.
- Een oude beitel of een stevig mes om de oude lijmresten weg te schrapen.
- Schuurpapier korrel 120 en 180, plus een klein blokje.
- Een kwastje of een lijmspuit met dunne tuit, handig voor de pengaten.
- Een vochtige doek en een emmer warm water om uitgeperste lijm meteen weg te halen.
- Eventueel beukenhouten spieën of stukjes fineer voor pennen die te veel speling hebben gekregen. Verkrijgbaar bij een houthandel of bij de betere hobbywinkel.
Wat je bewust niet koopt: secondelijm, montagekit en constructielijm in koker. Die zijn te stijf of te snel voor dit werk en ze maken een volgende reparatie onmogelijk.
Zo pak je het aan
- Haal de losse delen uit elkaar. Trek en wrik voorzichtig, met de rubberen hamer tikkend tegen het dikke deel van de poot, nooit tegen een spijl. Wat nog echt vastzit laat je vastzitten. Je hoeft alleen de verbindingen los te maken die al bewogen.
- Schraap alle oude lijm weg. Dit is de stap waar het bij de meeste mislukte reparaties misgaat. Nieuwe lijm hecht niet op oude lijm, alleen op kaal hout. Schraap de pen rondom schoon met de beitel en draai in het gat een stuk opgerold schuurpapier rond tot je overal hout ziet.
- Pas alles droog. Zet de stoel zonder lijm in elkaar en kijk of alles sluit. Een pen die met veel kracht in het gat moet, drukt bij het lijmen alle lijm eruit en zit daarna alsnog los.
- Vul te ruime gaten op. Zit er meer dan een millimeter speling, lijm dan een dun stukje fineer of een beukenhouten spie op de pen en schuur die na het drogen op maat. Lijm alleen is geen vulmiddel.
- Breng de lijm aan. Een dun laagje in het gat en een dun laagje op de pen, over het hele oppervlak. Meer lijm geeft geen sterkere verbinding, alleen meer troep.
- Zet de stoel in elkaar en span hem aan. Leg de spanband rond de vier poten, net boven de onderste spijlen, en trek hem gelijkmatig aan. Leg een lapje onder de band bij elke poot, anders drukt hij zich in het hout.
- Controleer of de stoel recht staat. Zet hem terwijl de lijm nog nat is op een vlakke vloer en kijk of hij op vier poten rust. Een stoel die je scheef vastlijmt, blijft scheef. Corrigeer door de band iets te verschuiven of diagonaal wat druk te geven.
- Veeg de uitgeperste lijm weg en laat hem staan. Warme vochtige doek, meteen, want opgedroogde lijm neemt geen beits of olie aan en blijft als lichte vlek zichtbaar. Laat de klemmen minstens vier uur zitten en belast de stoel pas na 24 uur.
Wat je hierna merkt
Een goed gelijmde stoel voelt anders dan een nieuwe stoel uit de doos. Hij klinkt doffer, hij geeft niet meer mee in de diagonaal, en dat blijft zo. Ik vind dat het moment waarop je merkt hoeveel verschil de constructie maakt: stoelen met echte pen-en-gatverbindingen laten zich zo herstellen, stoelen die met plaatjes en boutjes in elkaar zijn gezet niet. Dat is voor mij ook het argument om bij aanschaf naar de onderkant te kijken en niet alleen naar de zitting, iets wat je vaker pas doorhebt als het meubel eenmaal thuis staat. Dezelfde afweging speelt bij een stoel met een houten frame en een geveerde zitting, waar de verbindingen wel goed te bereiken zijn.
De houtsoort maakt trouwens uit voor hoe de reparatie eruitziet. Eiken en essen zijn open van structuur en nemen de lijm gretig op, noten is dichter en heeft iets meer droogtijd nodig voordat de verbinding echt op kracht is. Wie het verschil tussen die drie houtsoorten een keer naast elkaar heeft gezien, herkent aan de kleur van het stof onder de beitel al met welk hout hij bezig is.
Wanneer je er beter van af kunt blijven
Er zijn drie situaties waarin ik niet zou lijmen. Bij een gescheurde poot, want daar hoort een reparatie met een houten inlay of een nieuwe poot en dat is meubelmakerswerk. Bij een antieke stoel met huidlijm, omdat je die met moderne lijm onherstelbaar dichtsmeert en de waarde eruit haalt. En bij een stoel waarvan de zitting op een geperst plaatje rust dat is gaan zwellen door vocht: daar is geen lijm tegen opgewassen. Voor de rest geldt dat het probeerwerk vrijwel niets kost, want een stoel die al wiebelt kan door een mislukte poging weinig slechter worden.
Reken op een middag voor twee stoelen, waarvan de helft van de tijd opgaat aan het schoonschrapen. Dat is precies de stap die je in de verleiding komt over te slaan, en precies de stap die bepaalt of je over een jaar weer op de grond zit met dezelfde stoel op schoot. Dat is een van de dingen die je pas ziet als het meubel er eenmaal staat: onderhoud is bijna altijd goedkoper dan vervangen, mits je het op tijd doet.
