Er zijn weinig ontwerpers van wie je een interieur herkent zonder dat er een naam bij staat. De Belgische ontwerper en antiquair Axel Vervoordt is er een van. Oud hout, ruwe steen, gedempte kleuren en heel veel lege ruimte. Zijn nieuwste project is een groot chalet in een Zwitsers vakantieoord in de bergen, gebouwd in de jaren tachtig en door zijn team in drieënhalf jaar omgebouwd tot een plek die eruitziet alsof hij er altijd heeft gestaan. Het is een project op een schaal die voor de meeste mensen onbereikbaar is, maar de manier van denken erachter kun je in elk huis gebruiken.
Wat hij met het chalet deed
In het novembernummer laat Architectural Digest het resultaat zien. Het oorspronkelijke chalet uit de jaren tachtig had volgens het blad flinke afmetingen maar weinig sfeer. Samen met het Zwitserse bureau Comina Architecture trok het team van Vervoordt de bestaande terrassen bij het huis om meer binnenruimte te krijgen, binnen strenge regels van de gemeente en de korte bouwseizoenen in de bergen.
Opvallend is vooral wat hij niet deed. Waar luxe chalets in de Alpen snel opzichtig worden, koos hij voor terughoudendheid. Hij gebruikte bijna geen nieuwe materialen. Achttiende-eeuwse Zwitserse houten plafonds werden gezocht en op maat opnieuw opgebouwd, gangen en logeerkamers kregen negentiende-eeuwse grenen lambrisering en de vloeren zijn van eeuwenoude granieten blokken, natuursteen uit Noord-Italië en grote gebleekte eiken planken. Vervoordt zegt er zelf over dat het huis voelt alsof het er al was.
Het hart van de woonkamer is een enorme schouw, gebouwd van de achterkant van oude gebeeldhouwde stenen. De versierde kant zit tegen de muur, de ruwe kant is zichtbaar. Volgens Vervoordt lijkt het daardoor op rotsen in de bergen. Ervoor staat een organisch gevormde salontafel uit oud Japans iepenhout, met banken in linnen uit zijn eigen collectie.
Wat zijn stijl kenmerkt
Wie meer werk van Vervoordt kent, ziet in het chalet alles terug waar hij om bekendstaat. Ik zou het samenvatten in drie dingen.
Materiaal met een verleden. Hout, steen en linnen die al gebruikt zijn, of zo bewerkt dat ze dat lijken. In de meubels die zijn eigen werkplaatsen in België maken, combineert hij oud hout met nieuwe stukken van zwartgeblakerd populierenhout. Waar iets ontbreekt, wordt het niet weggepoetst maar zichtbaar aangevuld. Hij noemt die aanvullingen zelf een soort abstracte tekeningen.
Een beperkt palet. De kleuren komen uit de materialen zelf. Grijs van steen, warm bruin van notenhout, gebroken wit van kalk en linnen. Kleur komt er alleen in waar het materiaal dat aanreikt, zoals in een badkamer met groen marmer en tadelakt in dezelfde tint.
Ruimte laten. Er staat opvallend weinig in de kamers. Een stoel, een kast, een kunstwerk aan de wand. Wat er staat krijgt daardoor aandacht. Het blad noemt het project een oefening in stilte en geduld, en dat vind ik een mooie omschrijving.
Welke elementen je thuis overneemt
Een achttiende-eeuws plafond uit Zwitserland ligt niet voor de hand. Maar het principe erachter, liever iets ouds dan iets nieuws dat oud moet lijken, is goed na te doen.
- Zoek één groot stuk met geschiedenis. Een oude eikenhouten tafel, een kast van de kringloop of een stenen vensterbank die je laat staan. Eén zo’n stuk geeft een kamer meer rust dan tien nieuwe accessoires. Waar je op let bij tweedehands vondsten, lees je in mijn stuk over antieke vondsten waar ontwerpers naar zoeken.
- Kies natuurlijke materialen die mogen slijten. Massief hout, linnen, wol en natuursteen worden mooier van gebruik. Fineer en kunststof worden er vooral ouder van.
- Laat de kleur uit het materiaal komen. Kalkverf, ongeverfd hout en ongebleekt linnen. Wil je toch kleur, neem dan één tint die in de rest van de kamer terugkomt, zoals Vervoordt met dat groene marmer doet.
- Mix oud en nieuw zonder het te verbergen. Een strakke linnen bank naast een ruwe houten tafel werkt juist door het contrast. Zie je in het chalet ook bij de eettafel, een oud notenhouten blad op industriële ijzeren poten.
- Haal weg in plaats van toe te voegen. Loop een kamer door en kijk wat er staat omdat het er toevallig staat. Wat overblijft, krijgt meer ruimte.
Wie de Japandi-stijl kent, ziet veel overlap. Ook daar draait het om rust, hout en weinig spullen. Het verschil zit volgens mij in het gewicht. Japandi oogt licht en strak, Vervoordt is zwaarder, ruwer en ouder. In mijn stuk over de Japandi stijl lees je hoe je die lichtere variant opbouwt.
Waarom dit nu zo aanspreekt
Ik denk dat het chalet precies laat zien waar veel mensen naar verlangen nu de dagen korter worden. Geen nieuwe spullen, maar een huis dat voelt als een schuilplaats. Vervoordt opent het artikel met de gedachte dat de natuur de meester is en dat de mens zo weinig mogelijk moet ingrijpen. Je hoeft geen chalet in de Alpen te hebben om dat te proberen. Begin met het mooiste oude stuk dat je al hebt en bouw de kamer daaromheen. Meer werk van zijn bedrijf, dat een galerie en een antiekhandel heeft, zie je op de site van Axel Vervoordt.
