Japandi woonkamer: rust in je belangrijkste kamer

Japandi woonkamer met lage houten meubels, linnen bank en papieren lamp

Een Japandi woonkamer inrichten begint niet bij wat je koopt, maar bij wat je weglaat. De stijl combineert de warmte en het vakmanschap van Japans wonen met de lichtheid en functionaliteit van Scandinavisch design, en dat werkt alleen als je ruimte laat tussen je spullen. Denk aan lage meubels, veel hout, zachte natuurlijke stoffen en een kleurenpalet dat nooit schreeuwt. In de woonkamer voel je dat verschil het sterkst, want dat is de kamer waar het meeste binnenkomt: post, jassen, kabels, speelgoed, alles. Als je hier rust weet te bewaren, straalt dat door de rest van je huis. In dit artikel neem ik je mee langs de keuzes die er echt toe doen, en de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen.

Japandi is geen stijl die je koopt, maar een manier van weglaten

De verleiding is groot om Japandi te behandelen als een boodschappenlijstje. Een lage eiken kast, een papieren lamp, een bonsai op de vensterbank en klaar. Zo werkt het niet. De kern van de Japandi stijl is dat elk object er mag zijn omdat je het gebruikt of omdat je er echt naar wilt kijken. Alles daartussenin is ruis.

Dat maakt Japandi eerlijk gezegd een lastige stijl voor mensen die van verzamelen houden. Je kunt geen rommel wegstylen met een mooie plaid. In een barokke of bohemien kamer verdwijnt een stapel tijdschriften in het geheel, maar in een Japandi kamer valt diezelfde stapel meteen op, omdat er verder zo weinig gebeurt. Dat is geen nadeel. Het is precies de reden dat de stijl je kamer rustig houdt.

Begin bij de vloer en de lijn van je meubels

De snelste manier om een woonkamer Japandi te laten voelen is de ooghoogte verlagen. Japans wonen speelt zich dichter bij de grond af, en dat zie je terug in bankhoogte, tafelhoogte en de hoogte van je kasten. Een lage, brede bank met een strakke onderlijn doet meer voor de rust in je kamer dan welke accessoire ook. Datzelfde geldt voor je salontafel: hoe lager en eenvoudiger het blad, hoe meer lucht je overhoudt.

Kies vervolgens meubels die de vloer laten doorlopen. Een zwevend tv-meubel of een kast op dunne pootjes laat de vloer visueel doorlopen tot aan de muur, en daardoor oogt je kamer groter. Zet je in plaats daarvan een massief blok tegen de muur, dan hakt dat je vloer in stukken. Bij het kiezen van een Japandi bank let ik daarom altijd eerst op de onderkant, nog voor ik naar de stof kijk.

Lichte woonkamer met walnoot wandkast, papieren bollamp en bloesemtakken
Foto door Irena Oze via Unsplash

Ruimte is schaarser dan je denkt, en dat verandert je keuzes

Nederlanders wonen minder ruim dan het gevoel soms zegt. Volgens het CBS hebben huishoudens met een zelfstandige woning gemiddeld 118 vierkante meter woonoppervlak tot hun beschikking, en bij huishoudens met kinderen zakt dat per persoon naar zo’n 39 vierkante meter. Je woonkamer is daar maar een deel van. Dat cijfer zegt iets belangrijks: de meeste van ons hebben niet de vierkante meters om een fout meubel te laten wegvallen in de ruimte.

Juist daarom werkt Japandi zo goed in een gemiddelde Nederlandse woonkamer. De stijl vraagt om minder meubels, niet om meer ruimte. Twee goed gekozen stukken in een kamer van vijfentwintig vierkante meter geven je meer lucht dan zes middelmatige stukken in een kamer van veertig.

Kleur doet minder dan je denkt, textuur doet alles

Veel mensen beginnen bij de verfkaart. Begrijpelijk, maar in een Japandi woonkamer is kleur bijna de saaiste keuze die je maakt. Het palet is warm en gedempt: gebroken wit, zandtinten, klei, een enkele diepe kleur als tegenwicht. Daar zit weinig discussie in.

Wat je kamer wel of niet laat leven, is textuur. Grof linnen naast glad eiken, een wollen kleed onder een kale houten tafel, keramiek met een onregelmatig glazuur naast strak metaal. Dat contrast is de reden dat een Japandi kamer niet klinisch aanvoelt, terwijl er zo weinig kleur in zit. Onderschat hierin de rol van een goed vloerkleed niet: dat is vaak het grootste stuk textiel in je kamer en bepaalt hoe zacht de hele ruimte klinkt, letterlijk.

Zo pak je je Japandi woonkamer aan

Als je vandaag wilt beginnen, doe het dan in deze volgorde. Ik werk zelf altijd van groot naar klein, omdat je anders eindigt met mooie accessoires in een kamer die niet klopt.

  1. Haal de kamer leeg op je bank en je kast na. Zet alles wat los is een week in een andere kamer en kijk wat je daadwerkelijk gaat halen. Wat je niet mist, hoeft niet terug.
  2. Bepaal je zichtlijn. Ga zitten op de plek waar je het vaakst zit en kijk wat je ziet. Dat is de wand die klopt moet zijn, de rest is minder belangrijk dan je denkt.
  3. Kies één ankermeubel en koop dat goed. Meestal is dat de bank of de kast. Dit is het stuk waar je niet op bezuinigt, omdat je er tien jaar naar kijkt.
  4. Verlaag je lijn. Vervang of verplaats wat te hoog is, en houd kastvlakken onder ooghoogte. Alles boven ooghoogte maakt de kamer onrustig.
  5. Voeg maximaal drie texturen toe. Bijvoorbeeld wol, linnen en keramiek. Meer dan drie en je krijgt een verzameling in plaats van een geheel.
  6. Zet het licht laag en warm. Eén lage lamp bij de bank doet meer dan een plafondspot op vol vermogen. Kijk bij het kiezen van een Japandi lamp vooral naar hoe zacht het licht valt.
  7. Laat één vlak leeg. Een lege vensterbank of een leeg tafelblad is geen gemiste kans, het is waar je oog uitrust.

Materialen mogen ouder worden

Japandi leunt op wabi-sabi, het idee dat iets mooier wordt naarmate het sporen krijgt. Dat betekent praktisch: kies massief hout boven folie, kies geoliede afwerking boven hoogglans lak, kies natuurlijke stoffen boven kunststof. Een eiken tafel met een kringetje erin vertelt een verhaal. Een gelamineerd blad met een kras is gewoon stuk.

Dit is ook de reden dat ik terughoudend ben met heel donkere houtsoorten in kleine kamers. Donker hout is prachtig, maar het slikt licht op, en in een gemiddelde Nederlandse woonkamer met één raamzijde hou je dan weinig over. Licht eiken, essen of een warme walnoot op beperkte schaal werkt in de praktijk vaker.

Mijn advies: koop minder, maar koop het één keer goed

Ik zeg het eerlijk: de meeste Japandi woonkamers die niet werken, hebben te veel gekocht en te weinig gekozen. Er ligt een kleed, er staat een lamp, er hangt een lat aan de muur, en toch voelt het niet rustig. Dat komt bijna altijd omdat elk stuk apart is aangeschaft omdat het “Japandi” was, zonder dat iemand de vraag stelde of het stuk iets deed voor de kamer.

Mijn advies is daarom saai en het werkt: koop liever één stuk per half jaar dat je echt goed vindt, dan zes stukken die er ongeveer bij passen. Een kamer met drie eerlijke meubels en veel lucht is Japandi. Een kamer vol Japandi-achtige spullen is dat niet. En ja, dat betekent dat je een tijd met een halflege kamer zit. Dat is precies het punt.

Wat ik in de praktijk het vaakst zie misgaan

Drie dingen komen steeds terug. Ten eerste te veel kleine objecten op open vlakken, waardoor het oog nergens kan landen. Ten tweede te fel wit licht, waardoor het warme palet koud wordt en de hele stijl zijn zachtheid verliest. En ten derde meubels die te groot zijn voor de kamer, meestal een te diepe bank, waardoor de looplijnen verdwijnen en de kamer klein voelt terwijl hij dat niet is.

Ze zijn alle drie op te lossen zonder iets te kopen. Ruim de vlakken leeg, draai je lichtkleur naar warm en zet de bank een halve meter anders. Dat kost je een middag.

Een Japandi woonkamer is uiteindelijk geen plaatje, het is een tempo. De stijl vraagt je om minder te doen en langer te wachten, en dat is precies waarom hij zo prettig woont. Begin met leeghalen, kies één ding goed en geef de kamer de tijd om te laten zien wat er nog echt mist. Meestal is dat minder dan je dacht.


Fenna Molenaar avatar

Geschreven door