Een goede leesstoel herken je pas na een uur. Dan merk je of je rug gesteund wordt, of je benen ergens heen kunnen en of je niet steeds opnieuw moet gaan verzitten. Architectural Digest publiceerde op 26 oktober een lijst met tien leesstoelen die de redactie zelf heeft getest, met als uitgangspunt dat een stoel knus genoeg moet zijn om in weg te kruipen, maar stevig genoeg om niet elke paar minuten een kussen in je onderrug te hoeven proppen. De stoelen zelf zijn grotendeels Amerikaans. De lessen eronder gelden overal, en daar gaat dit stuk over.
Eerst bepalen hoe je leest
De schrijvers van AD maken een onderscheid dat ik heel bruikbaar vind. Wie urenlang achter elkaar leest, heeft baat bij een stoel die iets achterover helt en een brede zitting heeft. Wie in korte stukjes leest, zit beter iets rechtop, omdat je anders tussen twee hoofdstukken in slaap valt. Dat klinkt als een grap, maar het is de kern van de keuze. Een stoel die perfect is voor een zondagmiddag met een dikke roman, is voor een kwartiertje voor het slapen soms te loom.
Een van de testers beschrijft haar stoel van West Elm als juist goed om rechtop te lezen, en minder geschikt om in te hangen bij een film. Haar enige bezwaar is dat de armleuningen te laag zijn om op te leunen. Dat laat zien dat je een leesstoel niet op uiterlijk koopt maar op houding.
Breedte, diepte en zithoogte
AD rekent in inches. Omgerekend komen de belangrijkste maten hierop neer:
| Maat | Volgens AD | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Breedte gewone fauteuil | 24 tot 36 inch, ongeveer 61 tot 91 cm | Genoeg om rechtop, in kleermakerszit of dwars over de leuning te zitten |
| Anderhalfzits | meestal rond 50 inch, soms 55, ongeveer 127 tot 140 cm | Ruimte om je op te krullen, of voor een kind of hond naast je |
| Zitdiepte | 23 inch, ongeveer 58 cm, bij twee van de modellen | Diep genoeg om je benen onder je te trekken |
Zithoogte staat niet in het overzicht, terwijl die voor lezen net zo belangrijk is. Een simpele toets in de winkel: ga achterin de zitting zitten en kijk of je voeten plat op de grond staan zonder dat de voorrand van de zitting in je knieholtes drukt. Lukt dat niet, dan is de stoel te diep of te hoog voor jou, hoe comfortabel hij ook oogt. Voor kleinere mensen is een diepe stoel met een voetenbank daarom vaak beter dan een diepe stoel zonder. AD wijst zelf op het Mori-model van Castlery, dat een bijpassende poef heeft, en op een set van West Elm waarbij de poef standaard is meegerekend.
De rugleuning en de armleuningen
Bij een leesstoel draag je een boek, en dat betekent dat je armen ergens moeten kunnen rusten. Brede, beklede armleuningen maken een stoel geschikt om te lezen; smalle houten leuningen ogen elegant, maar na een halfuur voel je ze. De Eclipse-stoel van Sabai wordt in het overzicht geprezen om juist die dikke armen, die breed genoeg zijn voor een kop koffie.
Voor de rug zijn er grofweg drie typen. Een hoge rugleuning met oren, zoals de klassieke wingback, steunt je hoofd en schermt je wat af van de kamer. Een omhullende schelp, zoals de Womb Chair die Eero Saarinen eind jaren veertig voor Knoll ontwierp, laat je in elke houding zitten. Een rechte rug met een los kussen is het meest veelzijdig, maar vraagt het meest van je eigen houding. Ik zou bij twijfel altijd voor een rug kiezen die tot je schouderbladen komt, zodat je niet onderuit gaat zakken om steun te zoeken.
Waar je aan de binnenkant op let
AD noemt massief hout, natuurlijke vezels en een vulling van schuim of dons als de beste materialen, en raadt aan weg te blijven van mdf of dun multiplex, omdat dat minder lang meegaat. Veren of een vering onder de kussens voorkomen dat de zitting na een paar maanden doorzakt. Een van de stoelen heeft drie lagen schuim met hoge dichtheid op golfveren, en dat noemt het blad een opbouw die stevig blijft in plaats van in te zakken.
Vraag in de winkel daarom gewoon naar het frame en de vulling. Een goede verkoper weet dat, en het zegt meer over de stoel over vijf jaar dan de stof die je nu ziet.
Welke stof bij welk huis
Voor stof is de afweging tussen sfeer en zorgeloosheid. Fluweel en bouclé nodigen uit om weg te zakken, wat AD aanraadt voor wie een wolk wil. Wie stevig wil zitten, kiest voor een strakkere weving. Met kinderen of huisdieren zijn zogeheten performance-stoffen een uitkomst; een van de testers goot een volle mok koffie over haar stoel, en die parelde eraf. Een donkere kleur vergeeft ook veel, zoals de redactie opmerkt over een fluwelen stoel in donker espresso.
Hoe de stoel bij je interieur past, hangt vooral af van zijn silhouet:
- Een klassiek of nieuw traditioneel interieur vraagt om een hoge rug met subtiele oren in fluweel, de vorm die AD bij een model van Article als de ideale stoel voor de ochtendkrant beschrijft.
- Een interieur met rondingen krijgt er een bolle, gestoffeerde stoel bij, zoals de Bun Chair van Willo Perron, die de hele AD-redactie tijdens een testweek bezet hield. Over die opmars van ronde vormen schreef ik eerder in een interieur zonder rechte hoek.
- Japandi of minimalistisch past bij een lage stoel op een houten plateau, zoals het Mori-model.
- Midcentury blijft het domein van de omhullende schelpstoel.
Een draaivoet is volgens AD een onderschatte eigenschap, omdat je dan met het licht mee kunt draaien. Dat raakt aan iets wat je niet moet vergeten: een leesstoel is pas af met een goede lamp ernaast. Hoe je die kiest, beschreef ik in mijn stuk over een vloerlamp voor de donkere maanden. Zet de stoel liefst zo dat het daglicht van opzij komt, en ga er in de winkel minstens tien minuten in zitten met iets om te lezen. Die tien minuten zeggen meer dan elke productfoto.
