Meubels uit verschillende periodes bij elkaar laten passen

Woonkamer waarin een oude houten kast, een moderne bank en een vintage stoel naast elkaar staan

Bijna niemand richt een huis in één keer in. Er is een kast van je oma, een bank die je zes jaar geleden zelf uitkoos, een eettafel die met een vorige woning meekwam en een stoel die je op de kop tikte omdat hij te mooi was om te laten staan. Vier meubels uit vier periodes, en de vraag die daarbij hoort krijg ik in verschillende bewoordingen elke week. Hieronder de vragen zoals ze me gesteld worden, met het antwoord dat ik erop geef.

Moet al mijn hout dezelfde soort zijn?

Nee, en het is zelfs beter van niet. Een kamer waarin alles van hetzelfde eiken is, oogt als een showroommodel en heeft geen diepte. Wat wel telt is de ondertoon. Hout is grofweg koel (grijzig eiken, essen, berken) of warm (noten, kersen, teak, oud grenen), en die twee groepen door elkaar gebruiken is waar het misgaat. Twee tot drie tinten uit dezelfde temperatuur werkt vrijwel altijd.

De tweede regel is herhaling. Elke houttint moet minstens twee keer voorkomen in de kamer, anders leest hij als een vergissing. Heb je één donkere notenkast en verder alles licht, hang er dan een spiegel met een donkere lijst tegenover of zet er een donkere bijzettafel bij. Eén losse donkere vlek maakt de kamer onrustig, twee maakt hem opzettelijk. Hoe die soorten zich in de tijd gedragen, en waarom noten en essen in jaar vijf verder uit elkaar liggen dan in jaar één, staat in het stuk over eiken, noten en essen.

Kan een erfstuk bij een moderne bank staan?

Ja, en het is vaak de mooiste combinatie die er is. De voorwaarde is ruimte. Een negentiende-eeuws kabinet dat je tussen twee moderne kasten propt, wordt een obstakel. Datzelfde kabinet als enige object op een lege muur, met niets ernaast, wordt het middelpunt van de kamer.

Wat je moet vermijden is het bijna-gelijke. Een erfstuk uit 1900 naast een reproductie uit 1995 die er ongeveer op lijkt, doet allebei tekort: het echte stuk verliest zijn bijzonderheid en de kopie wordt afgestraft. Contrast werkt, gelijkenis werkt, de tussenweg werkt niet. Dat is de reden dat een oude boerenkast prachtig staat bij een strakke, lage bank en verdrinkt naast een klassiek ogende bank met gedraaide poten.

Hoeveel stijlen kan één kamer aan?

Twee die het beeld dragen en één die als accent binnenkomt. Meer wordt een verzameling in plaats van een kamer. De twee dragende stijlen mogen best ver uit elkaar liggen, en dat is precies waarom Japandi als combinatie zo goed werkt: twee tradities die allebei van eenvoud houden maar een verschillende warmte hebben. Dezelfde logica maakt een industrieel onderstel onder een zachte, Scandinavische eettafel geloofwaardig.

Wat je vervolgens nodig hebt, is een lijn die door beide stijlen loopt. Dat kan een materiaal zijn (zwart metaal dat op drie plekken terugkomt), een kleur (dezelfde okertint in een kussen, een boekrug en een lamp) of een vorm (alles op poten, of juist alles zwevend). Zonder zo’n lijn valt een kamer met twee stijlen uit elkaar, met zo’n lijn kun je er drie aan.

Waarom valt mijn kamer uit elkaar terwijl elk meubel op zichzelf mooi is?

Negen van de tien keer zit het in de hoogtelijnen en in de poten, niet in de stijl. Kijk eens naar je kamer met je ogen half dicht: waar liggen de horizontale lijnen? Een dressoir op 80 centimeter, een tv-meubel op 45, een vensterbank op 90, een boekenkast op 200. Als die lijnen allemaal net niet gelijk zijn, wordt het rommelig zonder dat je kunt aanwijzen waarom. Twee meubels op dezelfde hoogte brengen, al is het maar door er een ander onderstel onder te zetten, doet meer dan welke stijlkeuze ook.

Hetzelfde geldt voor wat er onderaan gebeurt. Een kamer waarin de helft van de meubels op pootjes staat en de andere helft tot op de grond doorloopt, voelt zwaar aan de verkeerde plekken. Kies er één als hoofdlijn en laat de uitzondering een bewuste zijn.

Ik heb een bank die ik niet mooi vind maar die technisch nog goed is

Niet weggooien. Een bank bestaat uit een frame, een vulling en een stof, en van die drie is alleen het frame lastig te veranderen. Een stoffeerder trekt een drie zits over voor grofweg zeshonderd tot twaalfhonderd euro exclusief stof, en dat is bij een bank met een massief frame vrijwel altijd de betere afweging dan nieuw kopen. Vraag ernaar bij een plaatselijke meubelstoffeerder, die zitten er in bijna elke stad nog en werken op afspraak.

Nog goedkoper: vervang de poten. Er zijn losse meubelpoten te koop bij Ikea, bij bouwmarkten als Gamma en Praxis en bij gespecialiseerde webwinkels, met een montageplaatje dat je er zelf onder schroeft. Een lompe bank op vier hoge, ronde houten poten wordt een ander meubel voor tachtig euro. Dat is de goedkoopste stijlingreep die ik ken en hij wordt zelden gedaan.

Mag ik een set uit elkaar halen?

Graag zelfs. Een bank met twee bijpassende fauteuils, een eettafel met zes identieke stoelen, een slaapkamerset waarvan alles hetzelfde fineer heeft: dat zijn de meubels die een kamer het snelst laten stilstaan. Verkoop of verplaats één van de drie, en zet er iets anders naast. Bij een eettafel is dat het makkelijkst uit te proberen: laat vier stoelen staan en zet aan de kopse kanten twee andere neer, of vervang één lange kant door een bank. Het kost bijna niets en het is meteen jouw tafel in plaats van een tafel uit een folder.

De uitzondering is een set die als geheel is ontworpen en waarvan de waarde daarin zit, bijvoorbeeld een compleet stel uit de jaren vijftig van een bekende ontwerper. Dat uit elkaar trekken kost je geld en betekenis. In alle andere gevallen wint losser altijd van compleet.

Wat als ik het gewoon niet zie?

Maak een foto van de kamer en kijk daarnaar in plaats van naar de kamer zelf. Je ogen corrigeren voortdurend wat je in het echt ziet, want je bent eraan gewend. Op een foto zie je binnen drie seconden wat er te veel is, wat scheef staat en welke kleur eruit springt. Ik doe dit zelf bij elke kamer, en het is elke keer weer confronterend hoe anders een ruimte op een plaatje leest.

De regel die ik uiteindelijk het vaakst toepas is simpel: haal eerst iets weg voordat je iets bijzet. Een kamer met meubels uit vier periodes werkt bijna altijd, mits er lucht tussen zit. Wat mensen doorgaans hebben, is niet een stijlprobleem maar een hoeveelheidsprobleem, en dat is een stuk makkelijker op te lossen dan een verkeerd gekozen kast.


Fenna Molenaar avatar

Geschreven door