De Frankfurter keuken: waarom het eerste inbouwontwerp nu gered moet worden

Reconstructie van de Frankfurter keuken met houten kastjes, afdruiprek en voorraadbakjes

Als ergens in Frankfurt een flat uit de jaren twintig wordt verbouwd, gaat soms de telefoon bij een groep vrijwilligers. Ze hebben dan een paar dagen om met schroevendraaiers en beitels te redden wat er nog over is van de oorspronkelijke keuken. Architectural Digest beschreef op 21 oktober die race om de laatste Frankfurter keukens. Het klinkt als een liefhebberij voor een handvol kenners. Maar wie vanavond in zijn eigen keuken staat te koken, staat in feite in een nazaat van dit ontwerp.

Een keuken als werkplaats

De Frankfurter keuken werd in 1926 ontworpen door de Oostenrijkse architect Margarete Schütte-Lihotzky, voor de nieuwe woonwijken waarmee Frankfurt na de Eerste Wereldoorlog de woningnood te lijf ging. Voor die tijd bestond een arbeiderskeuken uit losse tafels en kastjes in een hoek van de woonkamer, waar het fornuis vaak ook de kachel was. Huurders moesten zelf voor planken en voorraadkasten zorgen.

Schütte-Lihotzky draaide dat om. Ze ontwierp de keuken tegelijk met de woning, als een smalle ruimte van ongeveer 1,90 bij 3,40 meter waarin alles een vaste plek had. Het idee was het aantal stappen tussen het schillen van de aardappel en de oven zo klein mogelijk te maken. Ze liet zich inspireren door de keuken van restauratierijtuigen en door de fabrieksleer van die tijd, die arbeid in stappen opdeelde. Volgens AD werden er vanaf 1926 minstens tienduizend van gebouwd.

In deze korte film van het Design Museum in Londen zie je een nagebouwde Frankfurter keuken in gebruik, met de werkbank onder het raam en de voorraadbakjes aan de wand.

Wat je er in je eigen keuken van terugziet

Kijk met die beelden in je achterhoofd eens naar je eigen keuken. Een doorlopend werkblad met kasten eronder en erboven, een spoelbak met een afdruipplek, een vaste plek voor afval en alles in een logische volgorde van voorraad naar snijden naar koken. Dat is precies wat Schütte-Lihotzky bedacht. De fotograaf Laura Gerlach, die de overgebleven keukens vastlegt, zegt het in AD zo, dat elke hedendaagse keuken het DNA van de Frankfurter keuken draagt.

Sommige details zijn wel verdwenen. De keuken had een afvallade waarin je etensresten direct van het werkblad veegde, een uitklapbare strijkplank onder een verstelbare lamp en aluminium voorraadbakjes met een handvat en een schenktuit voor meel en suiker. Zelfs de oorspronkelijke blauwe kleur had een praktische reden, omdat men dacht dat vliegen er niet op afkwamen.

Ook in Nederland werd het idee opgepakt. Piet Zwart ontwierp in 1937 voor Bruynzeel een modulaire keuken die als een van de eerste ontwerpen voor massaproductie geldt. Waar Frankfurt de keuken per woonwijk liet bouwen, werd hier een keuken in vaste maten die je in veel verschillende woningen kon plaatsen. Het principe van een samenhangend geheel van kasten en werkblad is hetzelfde.

Een kanttekening hoort er wel bij, en die maakt AD zelf ook. Een curator van het museum in Los Angeles dat onlangs een Frankfurter keuken verwierf, merkt op dat het ontwerp koken en schoonmaken makkelijker maakte, maar niets veranderde aan wie het werk deed. De keuken was bedoeld voor een vrouw alleen. De smalle opzet die toen vooruitstrevend was, is precies waarom ontwerpers nu ruimer plannen dan de keuken voor één persoon.

Waarom redden nu zo dringend is

Van de tienduizend keukens is bijna niets over. De meeste zijn bij verbouwingen gesloopt. Omdat ze in woningen van een woningcorporatie zaten, mochten huurders ze niet houden en werden ze vernietigd tenzij een museum ze direct overnam. De vereniging Ernst-May-Gesellschaft heeft inmiddels onderdelen van ongeveer vijftig keukens in een loods liggen, van lampenkappen van opaalglas tot de schroeven waarmee de kasten aan de muur zaten. Uit onderdelen van verschillende keukens worden complete exemplaren gereconstrueerd voor musea.

Het goede nieuws is dat het tij keert. Volgens AD zijn de afgelopen twee jaar meerdere wijken met hun oorspronkelijke interieurs beschermd monument geworden. De stad laat de keukens nu restaureren voor nieuwe huurders, met plek voor een koelkast en een vaatwasser en met het werkblad verhoogd van ongeveer 79 naar 89 centimeter. Dat laatste is een mooi detail. De oorspronkelijke hoogte was bedoeld voor zittend werk en voor mensen die gemiddeld kleiner waren dan wij. Wie zelf een keuken laat maken, weet dat de werkhoogte een van de beslissingen is die je het meest voelt.

Ik vind dat een betere uitkomst dan een keuken in een vitrine. Een keuken die gebruikt wordt, laat beter zien waarom het ontwerp klopte dan een stilstaande opstelling. Een restaurator vergelijkt het in AD met een muziekinstrument dat nog bespeeld wordt naast een dat alleen in een museum hangt. Beide zijn nodig, maar het eerste bewijst dat een honderd jaar oud idee nog altijd werkt.


Fenna Molenaar avatar

Geschreven door