Studenten Design Academy Eindhoven bedenken de badkamer van de toekomst

Minimalistische badkamer met vrijstaand bad en stalen wasbak

Tegels met haar erin, een wasbak van zeep die bij elke wasbeurt een beetje verdwijnt, en een hamam die draait op de restwarmte van een datacenter. Het klinkt als een kunstexpositie, en dat is het ook een beetje, maar de afzender is serieus: studenten van de Design Academy Eindhoven werkten tien weken samen met de Duitse badkamerfabrikant Kaldewei aan de vraag hoe een badkamer eruitziet als grondstoffen schaars zijn. Het resultaat, de expositie Behind Closed Doors, was afgelopen week te zien op het Berlijnse designfestival Currents, zo beschrijft Dezeen vandaag. Ik heb de acht projecten bekeken met één vraag in mijn hoofd: wat zegt dit over hoe we straks wonen?

De opdracht: een badkamer zonder nieuw bad

De vraag die Kaldewei de masterstudenten Social Design meegaf, was niet “ontwerp een mooiere badkamer”. Het bedrijf schetste een wereld waarin het zelf geen nieuwe baden meer maakt, maar oude baden terughaalt, een nieuw oppervlak geeft en opnieuw inbouwt. Wat de studenten moesten onderzoeken, zei hoofd design Christian Büttner tegen Dezeen, waren “de barrières in ons hoofd” die dat tegenhouden. Dat is een slimme opdracht, want de techniek om staal en email te hergebruiken bestaat al lang. Het probleem is dat niemand in een bad wil liggen waar een ander in heeft gelegen.

De expositie was van 9 tot 18 september te zien in de Kaldewei Brand Space aan de Savignyplatz in Berlijn, met het festival Currents zelf van 10 tot 12 september. De Design Academy Eindhoven zet zich hiermee, na eerdere gezamenlijke designtalks in Milaan, opnieuw op een internationaal podium naast Kaldewei, een van de grootste badenmakers van Europa.

Drie ideeën die iets zeggen over hoe we gaan wonen

De sporen van gebruik worden het ontwerp. Sarah Kinzer en Moss A Moschen fotografeerden de badkamers in hun eigen studentenstraat in Eindhoven: zwarte schimmel, plukken haar, kalkaanslag op de douchekop. Die patronen vertaalden ze naar stalen tegels, sommige met echte haren van henzelf erin. Carlotta Talkenberger viltte een badmat van mensenhaar, met de terechte vraag waarom we wol en dierenhaar overal in verwerken maar ons eigen haar vies vinden. Dit is het project dat mij het meest is bijgebleven, niet omdat ik die tegels in mijn badkamer wil, maar omdat het precies het punt raakt waar circulair wonen op stukloopt. We zeggen dat we spullen langer willen gebruiken, en tegelijk willen we alles als nieuw. Bij meubels zie je dat al verschuiven: een houten tafel die na een paar jaar patina krijgt vinden we inmiddels mooier dan een gladde. De badkamer is de laatste kamer waar dat niet mag, en juist daar willen deze studenten aan.

Water wordt iets wat je deelt, of niet meer gebruikt. Twee projecten gaan over een Europa waarin water schaars is, en na de hittezomers van de afgelopen jaren is dat geen vergezocht scenario. Hanxiao Xu maakte een satirische film over een gemeenschap die haar badwater hergebruikt en er heilzame krachten aan toedicht. Philipp Hohnerlein en Gabriela Augustyniak gaan verder: in hun project Bathtube bestaat baden niet meer. In plaats daarvan worden de warme leidingen van datacenters omgebouwd tot hamams, waar je de warmte van een bad krijgt zonder het water. Dat klinkt absurd, tot je bedenkt dat datacenters nu al warmte leveren aan stadswarmtenetten. Het badritueel dat loskomt van het eigen huis, dat is een gedachte die ik nog niet eerder in een badkamerbrochure ben tegengekomen.

De wasbak die verdwijnt. Ian Chu maakte van gebruikt frituurvet zeep, en van die zeep een wasbak die bij elk gebruik een beetje oplost. Het project heet Wash Away Your Guilt, en Moschen legt bij Dezeen uit dat het ook een vraag stelt: is circulariteit soms een woord waar we ons achter verstoppen om ons niet schuldig te voelen? Dat is de scherpste opmerking van de hele expositie. Een product dat zichzelf opmaakt, laat je elke ochtend zien wat verbruik is.

Wat ik ervan overhoud

De overige projecten zijn poëtischer: Guadalupe Vanini Cervini maakte sculpturen van afgevallen riet uit de Eindhovense wetlands, Tina Lehnhardt ontwierp kostuums voor de schimmel, het zilvervisje en de dode huidcel waarmee we de badkamer delen, en Xinliang Zhou bedacht een handleiding om van shampooflessen en douchekoppen muziekinstrumenten te maken. Leuk, maar het zijn niet de ideeën waar Kaldewei iets aan verandert.

Wat er wel toe doet, is de richting. Een badkamer die we niet elke vijftien jaar slopen, vraagt van ons dat we sporen van gebruik accepteren, dat we water als gedeeld goed gaan zien en dat we bij elk product weten wat het kost aan grondstof. Voor wie nu een badkamer of een meubel koopt, is dat een nuttige bril: kies materialen die mooi ouder worden in plaats van materialen die alleen nieuw mooi zijn. Ik schreef eerder al dat een witte bank vooral een keuze voor onderhoud is; de studenten uit Eindhoven maken duidelijk dat die vraag straks voor de hele badkamer geldt. En eerlijk: de tegels met haar erin komen er bij mij niet in, maar dat ik dat zo stellig weet, is precies de barrière waar Büttner het over heeft.


Fenna Molenaar avatar

Geschreven door