De shortlist voor de interieurcategorieën van de Dezeen Awards is vandaag naar buiten gekomen. Honderdtwaalf projecten uit zesentwintig landen, verdeeld over veertien categorieën, en de winnaars worden pas op 16 november bekendgemaakt in het Royal Opera House in Londen. Zo’n lijst is leuk om doorheen te scrollen, maar interessanter is wat eruit spreekt. Want een jury die honderden inzendingen terugbrengt tot honderdtwaalf laat zien waar de smaak op dit moment naartoe beweegt.
Bij Dezeen staat de volledige lijst, met projecten uit onder meer Brazilië, Tsjechië, Hongkong, Kazachstan, Spanje en de Verenigde Staten. Namen die opvallen zijn The Gentleman in Sydney van YSG Studio, Aimasia Residence op Mykonos van het Design Research Studio van Tom Dixon, Brown’s of Leith in Edinburgh van Gras, Peckham Palais en Salt Salon in Londen, en FUBA in Madrid van Isern Serra. Ik heb ze niet allemaal in het echt gezien, dus ik ga hier niet doen alsof ik weet welke het mooiste is. Wat ik wel kan lezen is de vorm van de lijst zelf.
Keuken en badkamer staan er los in, en dat is nieuw normaal
Er is een aparte categorie voor keukeninterieur en een aparte voor badkamerinterieur. Dat klinkt als een detail, maar het zegt iets. Tot een paar jaar geleden waren dat de ruimtes die je in een woningportfolio ergens achteraan zag, twee foto’s tussen de woonkamer en de plattegrond. Nu worden ze apart beoordeeld, tegen elkaar, wereldwijd. Dat gebeurt niet als het bijzaak is.
Voor wie thuis iets aan het verbouwen is, is dat eigenlijk goed nieuws. Het betekent dat er steeds meer echte ontwerpaandacht naar die twee ruimtes gaat, en dat de ideeën die daar ontstaan sneller doorsijpelen naar gewone keukens en badkamers. De keerzijde kennen we ook. Wat hard opkomt, slijt hard. We schreven eerder over badkamertrends die volgens ontwerpers nu al gedateerd zijn, en dat lijstje wordt langer naarmate de badkamer meer een etalage wordt.
Klein en groot worden apart beoordeeld
Bij wonen, werkplek en retail splitst de shortlist in klein en groot. Een klein appartement concurreert dus niet met een villa, en een boetiek van dertig vierkante meter niet met een flagship store. Dat is een jurykeuze met een opvatting erin, namelijk dat een beperkt budget en een beperkt oppervlak een eigen soort vakmanschap vragen en niet een afgeslankte versie zijn van het grote werk.
Daar ben ik het hartgrondig mee eens, en het is precies waarom de categorie klein wonen bij ons een van de leukste is om over te schrijven. In een kleine ruimte moet elk meubel twee dingen doen en kun je niets verbergen achter een lege muur. Dat de Dezeen Awards dat als eigen discipline behandelt, betekent dat we in de vakpers volgend jaar meer kleine projecten voorbij zullen zien komen. En kleine projecten zijn nu eenmaal beter te vertalen naar een gewoon Nederlands huis dan een hotel op Mykonos.
Duurzaam interieur heeft een eigen hokje, en daar wringt iets
Er is een categorie duurzaam interieur. Dat is goed bedoeld en het levert vast mooie projecten op, maar het legt ook iets bloot. Zolang duurzaamheid een aparte prijs is, is het geen voorwaarde in de andere dertien categorieën. Je kunt dus winnen met een restaurant vol nieuw gemaakt maatwerk dat over vier jaar bij de sloop ligt, zolang het er maar goed uitziet op de foto.
Ik denk dat die scheiding op termijn verdwijnt, ongeveer zoals brandveiligheid ooit ook een apart onderwerp was en nu gewoon in het ontwerp zit. De projecten die nu in de duurzame hoek eindigen, werken vaak met bestaande gebouwen, gered materiaal en meubels die je uit elkaar kunt halen. Dat is dezelfde beweging die je in de meubelhoek ziet, waar ambacht het op dit moment wint van industrieel ontwerp, ook in de winkel.
Wat je er als woonliefhebber aan hebt
Een shortlist is geen koopadvies. Maar er zitten drie dingen in die je vandaag al kunt gebruiken. Het eerste is dat horeca opnieuw de proeftuin is. Bars, cafés en restaurants vullen een groot deel van de lijst, en dat is traditioneel de plek waar kleur, textiel en vreemde materiaalcombinaties eerst worden uitgeprobeerd voordat ze in woonkamers landen. Wie wil weten welke tint over twee jaar in de meubelboulevard hangt, kijkt naar wat er nu in nieuwe cafés gebeurt.
Het tweede is de spreiding over zesentwintig landen. De tijd dat een handvol Scandinavische en Italiaanse studio’s de toon zette, is voorbij. Kazachstan en Brazilië staan op dezelfde lijst als Londen, en dat verandert langzaam waar we onze vormen vandaan halen. Het derde is dat de tentoonstellingscategorie er nog steeds in zit. Expositieontwerp is kortstondig en mag daarom gek zijn, en juist daar zie je vaak als eerste wat er technisch net kan.
Tot 16 november is het wachten. Wie de lijst zelf wil doorlopen kan terecht bij Dezeen Awards, waar alle genomineerden per categorie staan. Wij pikken er de komende weken de projecten uit die iets vertellen over meubels en materialen, want daar begint het thuis mee.
