Op het London Design Festival, dat van 12 tot en met 20 september 2026 door de hele stad liep, viel een ding op dat je straks ook in gewone woonwinkels gaat terugzien. Een flink deel van de jonge ontwerpers werkte met restmateriaal, met de kopse stukjes, zaagsel en brokken die normaal in de container verdwijnen. Dezeen zette er op 24 september zeven op een rij. Ik loop ze hieronder langs, met bij elk stuk wat je er als gewone koper aan hebt.
Vorige week schreef ik al over de bewegende meubelmodellen op hetzelfde festival. Dit is een ander verhaal. Daar ging het om hoe een meubel zich gedraagt, hier om waar het hout, glas en steen vandaan komen. Volgens Dezeen deden ontwerpers dat om kosten te drukken, om grondstoffen te sparen of gewoon om te kijken wat eruit komt.
De zeven ontwerpen
1. Dagwood Bench van Lewis Duckworth
Een bank uit de eindstukken die overblijven bij de meubelproductie, stukken die te smal of te kort zijn om nog iets mee te doen. Duckworth legde ze in een gelamineerde plank tussen twee massieve houten vlakken. Het resultaat oogt dik en zwaar, maar is licht. De bank staat op de shortlist van de Wood Awards 2026. Dit vind ik de interessantste van de zeven, omdat het een techniek is die een fabrikant zonder moeite kan opschalen.
2. Second Song van Spared
Vogeltjes als verzamelobject van een studio uit Brighton, gegoten in een mineraal bindmiddel zonder hars. Erin zitten schelp, steen, zaagsel uit de werkplaats en schraapsel van plastic snijplanken uit grootkeukens. Spared maakte eerder tafels van koffiedik voor een café in Tate Modern. Voor thuis is dit vooral een sierstuk, maar het laat zien hoe een terrazzo-achtig oppervlak van afval eruit kan zien.
3. Tissuedoos van Tom Golland
Een opvallend hoge tissuedoos uit restjes walnoot en wit eiken, bij elkaar gehouden met twee verzinkte stalen bouten. Twee houtsoorten naast elkaar in één klein ding, en het werkt. Wie twijfelt of noten en eiken samen kunnen, heeft hier het antwoord. Over het verschil tussen die houtsoorten schreef ik eerder een uitleg over eiken, noten en essen.
4. Stoel van Oscar Warman
Warman noemt hem zelf een stoel van alles wat hij in zijn schuur kon vinden. Twee rotte voorpoten zijn ingekort, de achterpoten komen uit een plank die hij van de muur haalde, beugels en al. Het is geen stoel die je in een winkel gaat vinden, en dat hoeft ook niet. Hij laat vooral zien hoe weinig bewerking er nodig is om oude onderdelen weer te laten dragen.
5. Fused van Audra Grays en Maxim Lester
Wandlampen van glasresten, schroot en elektradozen uit de werkplaats, verlicht met ledstrips die uit oude lampen kwamen. Het duo toonde ook een stevige bureaulamp in dezelfde geest. Van de zeven is dit het stuk dat het dichtst bij een product zit dat je echt aan de muur hangt. Let bij zulke lampen wel op dat de elektra opnieuw gekeurd is, zeker als je iets vergelijkbaars bij een kleine maker koopt.
6. Graywacke OffCut Chair van Carsten in der Elst
De ontwerper uit Keulen maakt al zes jaar meubels van grove brokken steen uit een groeve in Lindlar, in het westen van Duitsland. Stoelen en tafels die eruitzien alsof ze er altijd al stonden. Monumentaal, zwaar en eigenlijk alleen iets voor wie een vloer heeft die het gewicht aankan.
7. Kapstok van Duy Huynh
Huynh zaagde een stand voor zijn afstudeerexpositie en maakte van de resten een kapstok. De lengte van elk stuk hangt af van waar de vorige verbindingen zaten. Daardoor is hij kleiner dan een gewone kapstok, en dat liet hij bewust zo. Het mooiste idee van het rijtje, vind ik, omdat de geschiedenis van het hout gewoon zichtbaar blijft.
Wat je hiervan thuis terugziet
Geen van deze zeven ligt volgende maand bij een grote meubelketen. Het zijn prototypes en eenmalige stukken van jonge makers. Maar de beweging erachter sijpelt wel door, en je herkent hem aan een paar dingen.
- Zichtbare naden en verschillende houtsoorten in één meubel. Waar we vroeger een egaal eiken blad wilden, wordt een blad met stroken in twee kleuren nu een pluspunt.
- Kopse stukjes als patroon. Kleine blokjes die samen een vlak vormen, zoals bij de bank van Duckworth. Dit zie je al terug in snijplanken en bijzettafels.
- Terrazzo en composiet van afval. Oppervlakken met brokjes schelp, steen of plastic erin, voor bladen, onderzetters en kleine objecten.
- Lampen van gerecycled glas en metaal. Dat is van alle categorieën het snelst in de winkel, omdat het formaat klein is.
Mijn advies is om dit niet te zien als een stijl die je nu moet kopen, maar als een manier van kijken. Een meubel met een reparatie of een afwijkend stuk hout is geen fout meer. Dat maakt het ook makkelijker om met tweedehands te werken. Wie op de kringloop een tafel met één andere plank vindt, heeft gewoon een stuk dat in deze tijd past. Waar je daar op let, lees je in mijn stuk over vondsten op de kringloop en Marktplaats.
Een kanttekening hoort erbij. Meubels van restmateriaal zijn niet automatisch beter. Een brok steen uit een groeve moet ook vervoerd worden, en een lamp van schroot is alleen duurzaam als hij lang meegaat. Het blijft dus zaak om te kijken of iets stevig is gemaakt. Dat is bij deze zeven vooral een kwestie van handwerk, en daarover schreef ik eerder in ambacht tegenover industrieel ontwerp.
Het volledige programma van het festival staat nog op de site van het London Design Festival, voor wie de namen verder wil volgen.
