Bewegende meubelmodellen op het designfestival in Londen

Houten klaptafeltje met neergeklapte bladen in een woonkamer

Op het London Design Festival stond deze week een zaal vol meubels die uit zichzelf bewegen. Draaiende bollen, klapperende vleugels, een speelgoedtrein met eieren erop. Leuk, en tegelijk de vraag die ik me bij dit soort werk altijd stel. Wat blijft hiervan over tegen de tijd dat het in een gewone woonkamer staat?

Wat er in Londen stond

Het Britse ontwerpduo Isabel Gibson en Helen Chesner vulde de galerie onder De Conran Shop aan Sloane Square met kinetische modellen, onder de titel Motion Sickness. Dezeen liep er maandag rond en beschrijft een tentoonstelling die vooral over het maakproces gaat. Veel van de stukken zijn prototypes uit opdrachten voor merken en musea, geen afgewerkte producten. Gibson vertelde daar dat het duo altijd snel naar een prototype springt, omdat je beweging wel kunt tekenen maar pas begrijpt als je hem in je handen hebt.

De tentoonstelling stond er van 12 tot en met 20 september als onderdeel van het London Design Festival en markeerde tien jaar studio. De achtergrond is minstens zo interessant als het werk zelf, want De Conran Shop gebruikt de kelder van zijn laatste vestiging sinds kort als galerie en verkoopt sinds 2023 vooral eigen collecties in plaats van het werk van anderen. Een winkel die zichzelf opnieuw uitvindt, zet zoiets niet voor niets neer.

Waarom beweging in meubels zo vaak strandt

Ik zie elk seizoen wel een ontwerp dat draait, kantelt of uitklapt en dat vervolgens nooit in productie komt. Dat ligt zelden aan het idee. Het ligt aan het scharnier. Een mechaniek dat op een beurs vijf dagen mag werken, moet in een woonkamer tien jaar mee met kinderen, stofzuigers en verhuizingen. Elk bewegend deel is een plek waar speling ontstaat, en speling voelt in een meubel meteen als goedkoop. Daarom eindigt zoveel kinetisch ontwerp als installatie en niet als product.

Wat wel overleeft, herken je aan iets simpels. De beweging is er niet om indruk te maken maar om een probleem op te lossen. Een blad dat omlaag klapt lost een smalle kamer op. Een wagentje op wielen lost op dat je koffie ergens anders drinkt dan waar je hem zet. Een scherm dat buigt lost op dat een open plattegrond soms toch een hoek nodig heeft. Dat onderscheid is precies wat ik in Londen miste bij het grootste deel van de zaal, en het is ook eerlijk, want de makers presenteren hun werk zelf als prototype en niet als collectie.

Het is dezelfde afweging die ik maakte bij de ontwerpen van het festival bij Como. Op een beurs vergeef je een ontwerp veel. Thuis niet.

Vijf meubels waarin beweging wel werkt

De twee merken hieronder pakken het allebei anders aan. Bij &Tradition zit de beweging in de opbouw van het meubel zelf, met bladen die neerklappen, modules die je verschuift en een spiegel die om zijn as draait. Dat is beweging als antwoord op een kamer die verandert, en het is precies het soort mechaniek dat je na vijf jaar nog gebruikt. Bij Artek komt de beweging uit de jaren dertig, toen Alvar Aalto meubels ontwierp die mee moesten kunnen met een huis dat nog niet vaststond. Een theewagen op grote wielen en een scherm van losse latten zijn geen trucs, het zijn oplossingen die toevallig ook mooi zijn.

Beweging die je huiskamer wel haalt

Klein bijzettafeltje van walnoot met neerklapbare bladen

onze keuze

&Tradition Drop Leaf HM5

De bladen klappen met een scharnier omlaag, dus het tafeltje staat plat tegen de muur en wordt in één beweging weer een volwaardig blad. Bekijk bij &Tradition

Houten theewagen op grote wielen met wit tegelblad

Artek

Tea Trolley 900

rijdt mee

Kamerscherm van smalle houten latten dat in een bocht staat

Artek

Screen 100

buigt mee

Modulaire bank met losse elementen in een hoekopstelling

&Tradition

Develius EV1 en EV2

bank in delen

Ronde wandspiegel die om een as kantelt

&Tradition

Pivot ATD7

kleinste ingreep

Wat me bij die vijf opvalt, is hoe stil het mechaniek eigenlijk is. Je ziet geen tandwielen en geen motoren. De beweging zit in een scharnier, een wiel of een band, en juist dat maakt hem betrouwbaar. In de tentoonstelling in Londen was het omgekeerde het geval, daar was de mechaniek het onderwerp. Dat is prima voor een galerie en het werkt niet in een woonkamer.

Waar je zelf op let

Ga je iets kopen dat beweegt, dan zou ik op drie dingen letten. Pak het scharnier vast in de winkel en kijk of het speling heeft als je het meubel half openklapt. Vraag of het onderdeel los te bestellen is, want een wiel of een scharnier is het eerste dat sneuvelt. En bedenk eerlijk hoe vaak je die beweging gaat gebruiken, want een uitklapbaar blad dat je nooit uitklapt is gewoon een klein tafeltje met extra onderdelen.

Dat laatste is de reden dat ik meestal begin bij het kleinste bewegende ding in huis. Een spiegel die kantelt of een wagentje dat rijdt kost weinig en verandert toch hoe je een kamer gebruikt. Pas als dat bevalt, zou ik naar een bank in modules kijken. Zo bouw je iets op wat meebeweegt met je huis in plaats van met de beurskalender, en dat is uiteindelijk waar het bij meubels uit verschillende periodes ook om draait.


Fenna Molenaar avatar

Geschreven door