De open woonkeuken zou dood zijn. Dat wordt al een paar jaar geroepen, sinds iedereen thuis ging werken en merkte dat een videovergadering en een vaatwasser slecht samengaan. Architectural Digest legde die vraag deze week voor aan architecten, ontwerpers en makelaars, en het antwoord is genuanceerder dan de kop van zo’n stuk doet vermoeden. De open plattegrond heeft gewonnen en blijft gewonnen. Wat verandert is dat er binnen die open ruimte weer plekken worden afgebakend.
Het stuk gaat over de Amerikaanse markt, met veel vrijstaande huizen en nieuwbouw op maat. Nederlandse woonkamers zijn kleiner en de meeste mensen verbouwen niet, dus ik heb vooral gekeken naar wat je met meubels kunt doen. Dat blijkt precies het deel te zijn waar de ontwerpers zelf ook op uitkomen.
Waarom de open ruimte niet verdwijnt
Elisa Orlanski Ours van Corcoran Sunshine legt in het artikel uit dat de open plattegrond ooit een antwoord was op de dichte kamers van voor de oorlog, en dat de voordelen daarvan niet zijn verdwenen. Je loopt makkelijker door, het licht van één raam bedient meerdere hoeken en dezelfde vierkante meters kunnen meerdere dingen tegelijk zijn. Makelaar Ricardo Rodriguez voegt daaraan toe dat een open indeling in stadswoningen vaak de enige optie is, simpelweg omdat er geen ruimte is om er kamers van te maken.
Die laatste zin herken ik uit elke Nederlandse tussenwoning. Wie de doorzonkamer opdeelt in twee kamers van veertien vierkante meter houdt twee kamers over waar niets in past. Afscheiding is hier dus bijna nooit een muur, maar iets dat je kunt terugdraaien.
Wat er wel verschuift
Volgens architect Gregory Ehrman van Hutker Architects blijven de sociale ruimtes juist open, terwijl gespecialiseerde kamers hun afstand bewaren. Koken en eten smelten steeds meer samen, terwijl zitten en ontvangen een eigen plek houden en soms zelfs dubbel worden uitgevoerd voor verschillende momenten van de dag. Aannemer Mary McElroy ziet in de keuken hetzelfde gebeuren op meubelniveau, want de enorme kookeilanden maken plaats voor kleinere eilanden of verdwijnen helemaal, zodat er weer een echte eettafel bij kan waar mensen omheen gaan zitten.
Dat vind ik de nuttigste waarneming uit het hele stuk. Het eiland was tien jaar lang het pronkstuk en tegelijk de reden dat niemand meer aan tafel at. Een kleiner eiland en een grote tafel is geen stap terug, dat is de gezelligheid terugleggen waar hij hoort.
De enige ruimte die volgens alle ondervraagden echt muren nodig heeft is de werkplek. Orlanski Ours ziet kopers bewust een slaapkamer extra kopen om die als flexruimte te gebruiken. Kan dat niet, dan wordt er een nis uitgesneden. Ontwerper Tammy Bolden vertelt dat klanten haar steeds vaker vragen om kleine lees- of overlegplekken in een grote open ruimte te maken, met meubels die twee dingen kunnen, zoals een secretaire die overdag je laptop draagt en ’s avonds een dressoir is, of een bank en een grote plantenbak die samen de scheiding tussen werken en wonen aangeven.
Afscheiding maken zonder te slopen
Bolden noemt de schuifdeur in de wand als de grote terugkeer, want dicht als je rust wil en weg als je bij elkaar wil zijn. In Nederlandse jaren dertig woningen zit die vaak nog in de vorm van en-suite deuren, en het is opvallend hoeveel mensen die dichttimmeren om er een kastwand van te maken. Heb je ze nog, gebruik ze.
Zonder verbouwen zijn er vier meubelgrepen die echt werken. De eerste is een lage open kast dwars op de looplijn, hoog genoeg om zittend afgeschermd te zijn en laag genoeg om staand over de ruimte te blijven kijken. Kies er dan wel een met een afgewerkte achterkant, want de meeste kasten zijn aan de achterzijde kaal. Welk hout daarvoor logisch is en wat er met de jaren mee gebeurt, staat in mijn stuk over eiken, noten en essen.
De tweede is de bank zelf. Een bank met de rug naar de eethoek maakt van één ruimte twee zones, en dat kost je niets. De derde is een vloerkleed, dat zonder één centimeter hoogte een gebied aanwijst als apart, en dat gelijk de galm dempt die in open ruimtes het echte probleem is. Ontwerper Sandy Cabelis werkt daarvoor met geluidsdempende wandbekleding, maar een dik kleed, gordijnen tot op de vloer en een gestoffeerde bank doen samen hetzelfde werk.
De vierde is licht. Een hanglamp laag boven de tafel en een vloerlamp bij de zithoek trekken twee lichtkringen die je ogen als twee kamers lezen, ook al staat er niets tussen. Dat is de goedkoopste scheidingswand die er bestaat. Welke vloerlamp daarvoor geschikt is, zette ik eerder op een rij in het stuk over vloerlampen voor de donkere maanden.
Voor wie geldt wat
Katie Judkins van Heidi Lachapelle Interiors maakt in het artikel een onderscheid dat hout snijdt. Jonge gezinnen zien juist voordeel in dichte kamers, omdat een deur rommel en geluid tegenhoudt en speelgoed niet de hele dag in beeld ligt. Mensen van wie de kinderen het huis uit zijn willen juist openheid, want zij hebben die druk niet meer. Datzelfde verschil ziet ze tussen nieuwbouw en verbouwing, want in nieuwbouw kiezen mensen nog steeds voor open koken, wonen en eten met een kamer om je in terug te trekken, terwijl verbouwers veel minder happig zijn geworden op muren slopen en liever kleine ingrepen doen die de doorloop verbeteren.
Dat is ook mijn advies aan wie hierover twijfelt. Sloop niets. Zet eerst drie maanden lang de bank anders, leg een kleed neer, hang een tweede lamp op en kijk of het gevoel van drukte weggaat. In een woonkamer van rond de twintig vierkante meter kan dat verrassend veel schelen, zoals ik liet zien in de drie indelingen voor een woonkamer van 22 vierkante meter. Blijft het onrustig, dan pas ga je aan de muren denken.
