Er was een tijd dat geen gedekte tafel af was zonder placemats. Volgens House Beautiful verdwijnt dat vaste onderdeel langzaam van tafel. Het Amerikaanse woonblad vroeg ontwerpers waarom, en wat ze ervoor in de plaats leggen. Het antwoord gaat minder over de placemat zelf dan over hoe je naar een tafel kijkt. Met de feestdagen in zicht vind ik dat een goede vraag om nu al te stellen, voordat je in december tussen de stapels tafellinnen staat.
Waarom ontwerpers de placemat laten liggen
Het belangrijkste argument is rust. Een placemat legt onder elk bord een eigen vlak, en bij zes of acht gasten wordt de tafel zo een rij losse eilandjes. “Placemats often chop up a table”, zegt Mallory Robins van het ontwerpbureau Kobel + Co uit Kansas City in het artikel. Een mooi tafelkleed met een onderbord erop geeft volgens haar hetzelfde afgebakende effect, maar met een doorlopende basis.
Ontwerpster Sarah Stacey zegt iets vergelijkbaars. Ze wil de placemat niet helemaal afschrijven, maar pakt hem zelden. Ze vindt hem vaak te groot en te zwaar ogen, en een tafelkleed geeft haar meer vrijheid bij het aankleden van de tafel.
Het blad laat ook de andere kant horen, en dat vind ik terecht. Johanna Lyle van Jo Lyle & Co houdt juist van placemats, omdat ze laagjes, kleur en patroon toevoegen en het tafelkleed beschermen op de plekken waar het meest wordt gemorst. Een placemat is makkelijk te wisselen en vaak goedkoper dan de alternatieven. Heb je een stapel die je mooi vindt, dan is er geen enkele reden om die weg te doen. House Beautiful sluit zelf af met de opmerking dat ook de meest gedateerde details vroeg of laat in een nieuwe vorm terugkomen.
Waar je de tafel nu mee dekt
Uit het artikel komen vier alternatieven naar voren: het onderbord, de tafelloper, het tafelkleed en de kale tafel. Welke het best werkt, hangt vooral af van je tafel.
Een linnen tafelkleed. Dit is de keuze van Stacey en van Robins. Linnen geeft de tafel één doorlopend vlak, en daarop kun je alles kwijt wat je wilt laten zien: servies, glazen, kaarsen, groen. Het mag kreuken, en juist dat maakt het ontspannen. In ons stuk over tafeldekken voor de feestdagen zie je hoe een linnen kleed de basis vormt voor een gelaagde kersttafel. Een kleed past op bijna elke tafel, maar het mooist is het op een tafel waarvan het blad zelf niet bijzonder is, of die wat gebruikssporen heeft die je liever niet laat zien.
Een tafelloper. De loper legt één lijn over de lengte van de tafel en laat de rest van het blad vrij. Daardoor zie je het hout nog, en heb je toch een plek voor kaarsen en een middenstuk. Dat werkt het best op een lange, rechthoekige tafel. Op een ronde tafel heeft een loper weinig richting. Daar kies je beter voor een kleed of voor niets.
Blank hout. De meest minimalistische keuze, en volgens House Beautiful een van de redenen dat de placemat terrein verliest. Heb je een massief houten tafel met een mooie nerf, of een tafel in walnoot of eiken waar je bewust voor koos, dan is het eigenlijk zonde om die onder textiel te verstoppen. Het vraagt wel iets van je tafel. Een geoliede of gelakte bovenkant verdraagt een gemorst glas beter dan onbehandeld hout, en onder een hete schaal hoort altijd een onderzetter. Wie nadenkt over hout aan tafel, vindt in ons stuk over walnoot met leer en messing waarom dat warme hout nu zo vaak terugkomt.
Onderborden. Een onderbord, groter dan het bord dat erop staat, doet wat een placemat doet: het markeert de plek van elke gast en vangt wat gemorst wordt. Het verschil is dat het bij het servies hoort in plaats van bij het textiel. Op een tafelkleed geeft het precies dat afgebakende effect waar Robins het over heeft, zonder dat de tafel versnipperd raakt.
Wat bij welke tafel past
Als ik het samenvat, kom ik op een eenvoudige vuistregel. Is je tafelblad het mooiste deel van je tafel, laat het dan zien, met hooguit een loper. Is het blad gewoon, of wil je de tafel feestelijk maken, kies dan een kleed en zet daar onderborden op. Placemats passen nog altijd goed bij een tafel waar dagelijks gegeten wordt, zeker met kinderen, want je veegt ze sneller af dan je een kleed wast.
Wil je toch iets van textiel per gast, dan raadt Robins linnen servetten aan. Die geven structuur en patroon zonder de tafel op te delen. Haar sterkste tip gaat overigens niet over textiel. Robins kiest liever voor naamkaartjes dan voor placemats. Volgens haar voelt het meteen gastvrij als je binnenkomt en weet waar je zit, en kun je zo je gasten slim over de tafel verdelen.
Dat laatste vind ik eigenlijk de mooiste les uit het stuk. Een gedekte tafel draait om de mensen die eraan zitten, niet om het aantal lagen dat erop ligt. Een kale houten tafel met een paar kaarsen, linnen servetten en een kaartje met ieders naam ziet er in december warmer uit dan een tafel waarop alles bij elkaar past.
