Wie bij Jane Austen aan lichte salons, gestreept behang en glanzend gepoetst mahonie denkt, kijkt bij de nieuwe Sense and Sensibility even raar op. De kamers zijn vochtig, het gras staat hoog en de kleuren zijn gedempt en donker. De verfilming van Georgia Oakley, met Daisy Edgar-Jones en Esmé Creed-Miles als de zussen Dashwood, draait inmiddels in de Nederlandse bioscopen (in Engeland al sinds 25 september, in Amerika sinds 16 oktober). Voor wie van interieur houdt is de film minstens zo interessant als het liefdesverhaal.
Productieontwerper Francesca Di Mottola, eerder verantwoordelijk voor de serie The Great, vertelde ELLE Decor hoe de huizen in de film tot stand kwamen. Ze las het boek lang geleden en keek de eerdere verfilmingen niet opnieuw. Ze behandelde het script alsof het een origineel verhaal was, en haar moodboard bestond vooral uit natuurschilderijen uit de tijd van Austen, somber en tonaal. Dat zie je terug in elke kamer.
Bewust Georgiaans en niet Regency
De opvallendste keuze zit in de stijl zelf. Het landgoed Norland Park, waar de zussen opgroeien, werd gefilmd in een particulier huis in Dorset dat nog nooit in een film te zien was geweest. Het is een Jacobijns huis dat in de loop van de eeuwen een Georgiaanse gevel kreeg. Di Mottola wilde dat het interieur echt Georgiaans aanvoelde, in plaats van de Regency-stijl waar eerdere verfilmingen naar neigden. Rode baksteen en zichtbaar metselwerk wilde ze vermijden.
Dat klinkt als haarkloverij, want Regency is formeel gezien de laatste fase van de Georgiaanse periode. Georgiaans dekt de jaren 1714 tot 1830, vernoemd naar de vier Engelse koningen George. Regency is strikt genomen alleen 1811 tot 1820, toen de latere George IV regent was, al wordt de term ruimer gebruikt. In interieurs staat Regency voor sierlijke, slanke meubels en verticaal gestreept behang, het beeld dat de meeste kostuumdrama’s van Austen oproepen. Het oudere Georgiaanse interieur leunt meer op symmetrie, klassieke verhoudingen en terughoudende ornamenten.
Het boek verscheen in 1811, precies aan het begin van de Regency. Een familie die op dat moment in een huis vol oudere Georgiaanse meubels woont, is dus een familie die niet met de mode meegaat. Precies dat wilde de film laten zien. Di Mottola zegt dat de Dashwoods rijk moesten ogen, maar niet zo rijk dat ze het huis voortdurend restaureerden en perfect hielden. Daarom bleef het vocht in de muren zichtbaar, en daar was ze naar eigen zeggen blij mee.
Chippendale, wandkleden en verouderde antiek
Het team richtte bijna het hele huis opnieuw in met antiek en met meubels die professioneel oud gemaakt werden. Ze zochten Chippendale-banken op en lieten die opnieuw bekleden, huurden oude wandtapijten, en bouwden zelfs een bibliotheek en een binnenplaats bij. De oude, versleten muren lieten ze grotendeels met rust.
Die Chippendale-banken zeggen veel. Thomas Chippendale leefde van 1718 tot 1779 en publiceerde in 1754 zijn ontwerpboek The Gentleman and Cabinet Maker’s Director. Zijn ontwerpen waren zo invloedrijk dat zijn naam een verzamelterm werd voor alle meubels in die stijl. In 1811 was zo een bank dus al een halve eeuw oud, een erfstuk eerder dan een aankoop. Mooier kun je in een decor niet vertellen dat geld en status hier van vroeger zijn.
Tegenover Norland staat Barton Cottage, het huisje waar de vrouwen na de dood van hun vader naartoe moeten. Dat werd een half verlaten cottage op de heide van Dartmoor in Devon. Het team moest er eerst schimmel verwijderen, en de locatie ging bijna verloren omdat er mogelijk een vleermuis in het dak woonde. Het verschil met de versie uit 1995 met Emma Thompson en Kate Winslet is groot. Die film was gepolijst, deze is ruw en aards.
In de officiële trailer van Focus Features zie je het landhuis van buiten, de hoge ramen met luiken en de kaarsverlichte balzaal.
De sfeer thuis, zonder filmset
Wat ik er zelf het mooiste aan vind, is dat deze film het tegendeel laat zien van het strakke, alles nieuw interieur. De kracht zit in dingen die er al lang zijn en mogen slijten. Dat vertaalt zich verrassend goed naar een gewone woonkamer.
Begin bij de kleuren. Di Mottola werkte vanuit sombere, tonale landschapsschilderijen, dus denk aan mosgroen, grijsbruin, oud wit en de kleur van natte steen. Geen contrasten, maar tinten die in elkaar overlopen. Een kalkverf of leemstuc geeft de muur dat ongelijke, levende oppervlak dat in Norland zo veel doet.
Daarna de meubels. Een oude bank met een klassiek frame, opnieuw bekleed in een stevige wol of linnen, doet hier meer dan een nieuwe bank in een historische vorm. Op de kringloop en Marktplaats is zulk antiek nog te vinden, en wij schreven eerder welke antieke vondsten ontwerpers nu zoeken en waar je op let. Laat de patina zitten. Een kras of een verschoten rugleuning hoort bij het verhaal.
Een groot wandkleed is het makkelijkste filmelement om te lenen. Het dempt geluid, maakt een kale muur warm en past bij het gedempte palet. Combineer dat met symmetrie, want dat is het echt Georgiaanse deel van het verhaal. Twee gelijke lampen aan weerszijden van een kast, een spiegel precies in het midden boven de schouw. Die rust houdt een verweerd interieur bij elkaar, zodat het oud oogt en niet rommelig.
Waar ik voorzichtig mee zou zijn, is het vocht. In de film is het een bewuste keuze in een huis dat eeuwenoud is. Thuis wil je het effect, de zachte vlekkerige muur, en niet de schimmel waar het team in Devon eerst mee aan de slag moest.
