Tweeëntwintig vierkante meter is de maat van heel veel Nederlandse woonkamers. Een rijtjeshuis uit de jaren zeventig, een doorzonkamer van ruwweg vier meter twintig bij vijf meter twintig, met de tuindeuren aan de ene korte kant, de deur naar de hal aan de andere, en een radiator onder het raam. Bijna iedereen richt zo’n kamer op dezelfde manier in, en bijna niemand heeft ooit uitgeprobeerd of het ook anders kan.
Daarom hieronder dezelfde kamer, drie keer opgelost. Niet als stijloefening maar als indeling: waar de bank staat, waar je loopt, en wat je in elke variant wint en kwijtraakt. De maten die ik aanhoud zijn de gebruikelijke: een looppad van minimaal tachtig centimeter, veertig tot vijfenveertig centimeter tussen de bank en de salontafel, en negentig centimeter achter een eetkamerstoel zodat je kunt opstaan zonder de stoel tegen de muur te duwen.
Variant één: de doorzon zoals hij bedoeld was
De eettafel staat bij de tuindeuren, de zithoek aan de kant van de hal. De bank staat met de rug tegen de lange muur, de televisie hangt daartegenover, en de doorloop van de hal naar de tuin loopt langs de zijkant van de bank. Dit is de indeling die je in negen van de tien huizen aantreft, en daar is een goede reden voor: hij verspilt geen centimeter en de looplijn ligt aan de rand in plaats van dwars door de zithoek.
Wat je nodig hebt: een bank van maximaal 220 centimeter, anders komt hij te dicht bij de doorloop. Een salontafel van 110 bij 60. Een eettafel van 160 bij 90 met vier stoelen, of 180 bij 90 als de kamer aan die kant echt vijf meter haalt. Meer past er niet zonder dat je achter de stoelen langs moet schuifelen.
Wat je ervoor terugkrijgt is rust en een kamer die vanzelf werkt. Wat het kost: de kamer heeft geen enkele verrassing. Je kijkt vanuit de bank tegen een televisie en een muur aan, en het mooiste uitzicht in huis, dat raam, zit achter je rug. Voor mij is dat precies het bezwaar. Ik heb deze indeling jarenlang gehad en pas gemerkt hoe weinig ik naar buiten keek toen ik de bank had gedraaid.
Variant twee: de bank los in de ruimte
Hier komt de bank niet tegen een muur maar met de rug naar de eethoek, ongeveer op tweederde van de kamer. Achter de rugleuning staat een smalle sidetable van dertig centimeter diep, en daarachter begint de eettafel. De televisie hangt of staat aan de korte muur bij de hal. Het vloerkleed onder de zithoek is minimaal 200 bij 300, en zowel de bank als de fauteuils staan er met de voorpoten op. Dat kleed is niet decoratie maar de enige manier waarop een losstaande bank er niet uitziet alsof hij is blijven staan tijdens het verhuizen.
Deze indeling maakt van één kamer twee duidelijke ruimtes zonder dat er een muur bij komt. Je zit met je gezicht naar de rest van het huis, de eethoek heeft zijn eigen gebied, en de looproute gaat langs de zijkant van de bank in plaats van er doorheen.
Wat het kost: ruimte. Achter de bank moet minstens tachtig centimeter vrij blijven en de sidetable eet daar dertig van op, dus je hebt effectief 110 centimeter nodig die je niet meer kunt gebruiken voor een kast. En de achterkant van je bank is opeens zichtbaar, wat betekent dat een model met een lelijke rug of met zichtbare naden afvalt. Bij zwevende, lage modellen zoals je die in een Japandi woonkamer ziet, werkt dit uitstekend, want die zijn aan alle kanten afgewerkt.
Variant drie: twee zitplekken en geen televisiemuur
De derde variant gooit het uitgangspunt om. In plaats van één grote zithoek rond een scherm komen er twee kleinere plekken: een tweezitsbank met twee fauteuils bij het raam, gericht op elkaar en op de tuin, en aan de kant van de hal een leeshoek met één stoel, een lamp en een boekenkast. De eettafel staat in het midden van de kamer en fungeert als scharnier tussen die twee.
De televisie verdwijnt niet, maar hij hangt aan een zijmuur of staat op een laag meubel waar je vanuit één van de twee zitplekken op kunt kijken. Dat betekent wel dat je hem niet meer met vier man tegelijk comfortabel bekijkt. Wie elke avond samen een serie kijkt, moet hier niet aan beginnen. Wie de televisie een paar keer per week aanzet en de rest van de tijd leest, praat of werkt, wint een kamer die veel groter aanvoelt dan tweeëntwintig meter.
Praktisch heb je hier kleinere meubels voor nodig: een tweezitsbank van 170, fauteuils van maximaal 80 breed, en een salontafel van 80 bij 80 of twee kleine bijzettafels die je kunt verplaatsen. Twee kleinere tafeltjes werken hier beter dan één grote, precies zoals dat bij de lichte, lage salontafels uit het noorden vaak de bedoeling is.
Hoe je kiest zonder eerst te kopen
Wat ik iedereen aanraad voordat er ook maar iets besteld wordt: plak de maten op de vloer. Schilderstape van vijf euro, de contouren van de bank, de tafel en het kleed op de grond, en dan drie dagen door die kamer lopen. Je merkt binnen een dag of dat looppad van tachtig centimeter breed genoeg is, en of je steeds langs dezelfde hoek schampt. Het is de goedkoopste meubeltest die er bestaat en vrijwel niemand doet hem.
Let daarbij op één ding dat op papier onzichtbaar blijft: waar de stopcontacten en de radiator zitten. Een bank die precies voor de radiator komt te staan, kost je een deel van je warmte en geeft bovendien een droge, warme luchtstroom langs de achterkant van je kussens. En een leeshoek zonder stopcontact binnen twee meter wordt geen leeshoek, want die lamp komt er dan nooit. Ook waar het televisiemeubel staat hangt daaraan vast, en dat maakt de plaatsing van een laag tv-meubel vaak eerder een kabelvraag dan een stijlvraag.
Zelf zou ik in een kamer van deze maat altijd voor de tweede variant kiezen, maar dat komt doordat ik graag zie wie er binnenkomt en niet graag tegen een muur aankijk. Het punt van dit hele stuk is dat die keuze bestaat. De doorzonkamer is niet de enige oplossing voor een doorzonkamer, hij is alleen de oplossing die iedereen kopieert van de buren.
