Drie wollen schapen, een tafel uit 1930 en een fiets. Het klinkt als een rommelzolder, maar het is de kern van een van de grote designveilingen van dit najaar. Christie’s veilt op 9 december in New York een collectie van bijna honderdvijftig designstukken van één verzamelaar, meldde Elle Decor op 19 oktober 2026. De veiling heet Anthology of Design: Masterworks from a French-American Collection, en de Frans-Amerikaanse verzamelaar blijft anoniem.
Je hoeft geen miljoenen te hebben om er iets aan te hebben. Wat er op zo’n veiling gebeurt, laat zien welke namen uit de designgeschiedenis nu het zwaarst wegen, en dat sijpelt door tot in de woonwinkel.
Wat er onder de hamer gaat
De topstukken zijn de schapen. Het gaat om een set van drie Moutons de Laine van François-Xavier Lalanne, die samen met zijn vrouw Claude het duo Les Lalanne vormde. De schapen komen uit de jaren zestig, zijn van de tweede kudde die Lalanne maakte en waren eerder van de galeriehouder Alexandre Iolas. Ze stonden in 1967 op de eerste Amerikaanse tentoonstelling van Lalanne, in het Art Institute of Chicago. Christie’s schat ze samen op 3 tot 5 miljoen dollar en verkoopt ze alleen als set. “Je vindt nooit meer kuddes”, zegt Daphne Riou, hoofd design bij Christie’s, tegen Elle Decor.
Verder staan er een zeldzame tafel van Charlotte Perriand op, gemaakt voor de eerste tentoonstelling van de Union des Artistes Modernes in 1930 (geschat op 600.000 tot 800.000 dollar), en een van de slechts twee fietsen die Jean Prouvé ooit maakte, met het bijbehorende karretje erachter. Daarnaast keramiek van Hans Coper, Lucie Rie en Georges Jouve, een aluminium ligstoel van Marcel Breuer die van kunstverzamelaar Peggy Guggenheim was, en vazen en kasten van Ettore Sottsass, de oprichter van Memphis.
Wie de stukken wil zien, kan in Tokio terecht van 4 tot en met 6 november en in Parijs van 19 tot en met 24 november, voordat ze in New York te zien zijn.
Waarom dit meer is dan een dure veiling
Twee dingen vallen op. Het eerste is hoe hard de markt voor Lalanne is gegaan. Eerder dit jaar verkocht Christie’s vier kikkerfonteinen van Lalanne als één kavel voor bijna 6,3 miljoen dollar, terwijl de schatting op 3,5 miljoen stond. Bij Sotheby’s bracht één enkel schaap uit de collectie van Jean en Terry de Gunzburg 2,3 miljoen dollar op. Dat een drietal nu als set wordt aangeboden, is dus een bewuste keuze. Een complete kudde is zeldzamer dan een los dier.
Het tweede is de manier van verzamelen. Volgens Riou was het begin jaren 2000 nog gewoon dat verzamelaars zich in één gebied vastbeten. Deze verzamelaar mengde juist alles, van Franse moderne meubels en Britse keramiek tot Italiaans postmodernisme en Amerikaanse klassiekers. “Tegenwoordig willen verzamelaars van alles het beste en mixen ze”, zegt ze. Dat is precies hoe veel mensen nu thuis inrichten, met een oud stuk naast iets nieuws en een vaas van een kringloop naast een designklassieker. Daar schreef ik eerder over in meubels uit verschillende periodes combineren.
Riou zegt ook dat verzameldesign de laatste jaren flink is gegroeid. Dat zie je ook aan hoe modehuizen en galeries zich op meubels storten, zoals bij de stoel uit de collectie van Jonathan Anderson.
Zo kom je deze ontwerpers thuis tegen
Een origineel van Perriand of Prouvé is voor de meeste mensen onbereikbaar, maar hun ontwerpen zijn niet alleen museumstukken. Verschillende ervan worden officieel opnieuw gemaakt.
Jean Prouvé. Vitra brengt sinds 2002 meubels van Prouvé opnieuw uit, in samenwerking met zijn familie. De bekendste is de Standard-stoel, met de dikke achterpoten die het gewicht opvangen waar het op een stoel het zwaarst is. Prouvé zag zichzelf meer als constructeur dan als ontwerper, en dat zie je aan elk stuk.
Charlotte Perriand. Cassina maakt ontwerpen van Perriand, waaronder de ligstoel die ze met Le Corbusier en Pierre Jeanneret ontwierp, en een eigen lijn met stukken die zij alleen tekende. Haar werk combineert vaak hout en metaal en is minder streng dan je van die tijd zou verwachten.
Les Lalanne. Van de schapen bestaan geen heruitgaven, en dat is ook het punt. Hun werk zit op de grens van beeldhouwkunst en meubel, en dat maakt het zo gewild. Wat je er wel van kunt leren, is de humor. Een schaap als krukje is geen gril maar een idee dat zestig jaar later nog werkt.
Ik vind de fiets van Prouvé eigenlijk het mooiste stuk op de lijst. Niet omdat hij het duurst is, want dat is hij bij lange na niet, maar omdat hij laat zien dat een goede ontwerper niet ophoudt bij de woonkamer. Wie Prouvé in huis wil, begint gewoon met een stoel. En wie op 9 december de uitslag leest, weet waarom die stoel nog steeds wordt gemaakt.
