Primaire kleuren, simpele vormen en een knipoog naar de kleuterklas. Het Amerikaanse Architectural Digest ziet een nieuwe designstroming opkomen die het elevated elementary noemt, vrij vertaald de verheven basisschool. Borden met vakjes, tafeltjes in de vorm van een driehoek en een achthoek, lockerkasten in felle kleuren. Het klinkt als een kinderkamer, en dat is precies de bedoeling. De vraag is alleen hoe je het in een volwassen huis zet zonder dat het op een speelhoek lijkt.
Wat elevated elementary is
In een stuk van 7 oktober 2026 beschrijft Architectural Digest hoe ontwerpers in allerlei vakgebieden naar de kindertijd grijpen. Het blad noemt drie herkenningspunten, namelijk primaire kleuren, basisvormen en verwijzingen naar dingen uit je jeugd.
De voorbeelden zijn aanstekelijk. Keramist Kelsey Malone van Busted Ceramics maakte borden met vakjes in snoepkleuren glazuur, geïnspireerd op Montessori-sorteerbakjes, magnetronmaaltijden en de dierenbordjes waar Amerikaanse kinderen begin deze eeuw van aten. Ontwerper Will Cooper van het merk William White maakte vier bijzettafeltjes in een driehoek, achthoek, cirkel en vierkant, als de bouwblokken waar hij als kind mee speelde. En in een bar in Manhattan zitten de stalen muren vol magnetische plastic letters, het soort waarmee kinderen het alfabet leren. De ontwerper van die bar noemt het een speeltuin met volwassen kleuren.
Ook de winkels zien het. Chay Costello van de MoMA Design Store vertelt in het artikel dat nostalgie een van de grootste drijfveren in het koopgedrag is. Nachtlampjes in de vorm van Snoopy en nijntje (in het Engels Miffy) behoren daar tot de bestsellers.
Niet nieuw, wel nu
Wat ik leuk vind aan het stuk, is dat het laat zien dat dit geen eenmalige gril is. Costello wijst erop dat kunstenaars en ontwerpers altijd al naar het spel van kinderen keken. Begin twintigste eeuw deden de Nederlandse kunstenaars van De Stijl het, net als de Duitse expressionisten. Later volgden de popart en de Japanse kunstenaar Takashi Murakami. Wie de rood-blauwe stoel van Rietveld naast een blokkendoos zet, ziet meteen de verwantschap.
Waarom het nu terugkomt? Costello denkt dat het te maken heeft met een onzekere, stressvolle wereld. Spel helpt mensen volgens haar om met zo’n omgeving om te gaan. Cooper zegt iets vergelijkbaars. Volwassenen worden overspoeld door keuzes en status, en ontwerpers kunnen mensen eraan herinneren dat spelen mag. Daar zit wat in. Het is dezelfde behoefte die je ziet bij de opmars van ronde meubels, een verlangen naar iets zachts en vriendelijks in huis.
Hoe je het volwassen houdt
Hier zit de lastige kant. Een interieur vol primaire kleuren en speelse vormen kan heel snel kinderachtig worden, of rommelig. Een paar dingen helpen.
- Kies één speels stuk per ruimte. Een geometrisch bijzettafeltje, een lockerkast of een felgekleurde lamp. Eén zo’n stuk in een verder rustige kamer is een grap die werkt. Vijf is een kinderdagverblijf.
- Zoek de kwaliteit. Het verschil tussen speelgoed en design zit in het materiaal en de afwerking. Gelakt hout, geglazuurd keramiek en gepoedercoat staal maken van een simpele vorm iets volwassens. Plastic doet dat zelden.
- Houd de kleuren in toom. Primair rood, geel en blauw tegelijk is veel. Kies er één als accent en laat de rest neutraal, of kies een iets gedempte versie van de kinderkleur.
- Laat het functioneel zijn. De tafeltjes van Cooper zijn volgens AD juist handig voor krappe hoekjes en scheve ruimtes. Een locker is gewoon een goede kast. Als een speels ding ook echt iets doet, voelt het minder als decoratie.
- Begin aan tafel. Borden, glazen en schalen zijn de makkelijkste ingang. Malone zegt in het artikel dat eten van felle kleuren je meer in het moment brengt. Wie het na een paar weken zat is, ruimt het servies gewoon weer op.
Wie houdt van veel spullen om zich heen, kan dit goed combineren met de ideeën uit mijn stuk over cluttercore zonder rommelgevoel. De regel daar geldt hier ook. Elk ding moet een reden hebben om er te staan.
Wat ik ervan vind
Ik merk dat ik hier blij van word, en dat is misschien het hele punt. Na jaren van beige en salie is een geel bijzettafeltje of een bord met vakjes een kleine opluchting. Tegelijk zou ik er niet mijn hele interieur op bouwen. Het is een trend die het best werkt in kleine doses, als een glimlach in een verder rustig huis. Over een paar jaar is een kamer vol blokvormen en primaire kleuren misschien net zo gedateerd als de millennialtrends van een paar jaar terug. Een enkel goed gemaakt speels stuk blijft wel leuk. En nijntje als nachtlampje? Daar is in Nederland natuurlijk nooit iets mis mee geweest.
