Wol kennen we in huis vooral van het kleed onder de bank en de plaid op de stoel. Maar een onderzoeksgroep van Harvard University wil het materiaal ook op de buitenkant van gebouwen hebben. De Grinham Research Group ontwikkelde een tegel van afvalwol die isoleert en tegelijk als gevelbekleding dient. Hij is nu te zien op de Oslo Architectuurtriënnale in Noorwegen, en ik vind het een van de interessantere materiaalideeën van dit najaar.
Volgens Dezeen staan de tegels in de Sofienberg-kerk in Oslo, op een houten frame, als onderdeel van de installatie Upcycling Wool Ecologies. De triënnale loopt van 17 september tot en met 1 oktober.
Hoe de wollen tegel werkt
De tegel heeft twee lagen. Achterop zit een losse, lichte laag die isoleert, voorop een dichtere laag die sterker is en tegen weer en wind kan. Het idee is dat je hem aan de buitenkant van een bestaand gebouw bevestigt. Dan hoef je niet in de muur te breken om de isolatie te verbeteren, en dat scheelt veel gesloop.
Om de tegels te maken wordt de wol eerst behandeld met een basische oplossing die de keratine, het eiwit in de vezel, deels afbreekt. Daarna komt er citroenzuur bij. Bij verhitting bindt dat mengsel de overgebleven wolvezels tot een stevig materiaal, zonder lijm of hars op basis van aardolie. Voor de tegels in Oslo gebruikte de groep restwol van de American Woolen Company uit Connecticut, in naturel en in geverfde tinten. Daardoor verschillen de tegels onderling in kleur, en ze zijn geperst in een geribbeld patroon.
Waarom juist wol? Omdat het isoleert, slecht brandt en van nature bacteriën tegengaat. En omdat er veel te veel van is. De onderzoekers rekenen voor dat er wereldwijd zo’n 1,95 miljard kilo ruwe wol per jaar wordt geproduceerd, waarvan ongeveer zestig procent in kleding belandt. Wat niet gebruikt wordt, wordt opgeslagen, verbrand of begraven. “Wol heeft zijn economische waarde verloren, maar niet zijn materiaaleigenschappen”, zegt oprichter Jonathan Grinham tegen Dezeen.
Het gaat de groep niet alleen om de wol, maar ook om de gebouwen. Hoe langer je een bestaand gebouw kunt gebruiken, hoe minder er gesloopt en nieuw gebouwd hoeft te worden. Een isolatielaag die je er van buitenaf op zet, maakt het makkelijker om een oud pand bij de tijd te brengen. Grinham wijst er daarnaast op dat de koolstof die via gras en schapen in de wol terechtkomt, in zo’n tegel jarenlang in het gebouw blijft zitten. Voor een ontwerper is dat de kern van het verhaal. Een restproduct wordt een onderdeel van een huis dat langer meegaat.
Wat je er thuis van ziet
Voor de duidelijkheid, dit is een onderzoeksproject in de Verenigde Staten dat in Noorwegen wordt getoond. Je kunt deze tegels niet morgen bij de bouwmarkt halen. Maar de gedachte erachter zie je in het interieur al langer terug, en ik denk dat die de komende jaren alleen maar sterker wordt.
Wol in huis is namelijk meer dan een kleed. Denk aan wolvilt als wandbekleding of akoestisch paneel, aan meubelstoffen van gerecyclede wol, en aan isolatie van schapenwol die je bij sommige duurzame bouwmaterialenleveranciers al kunt vinden. Het zit in dezelfde hoek als kurk, een ander natuurlijk materiaal dat een tweede leven krijgt. Ik schreef eerder over een kurkpaneel dat met een algoritme werd ontworpen, en de redenering is vergelijkbaar. Een materiaal dat warm aanvoelt, geluid dempt en van nature groeit, in plaats van uit de fabriek komt.
Daar zit voor mij ook de aantrekkingskracht. Veel bouwmaterialen zijn onzichtbaar en vooral technisch. Wol is een materiaal dat je wilt aanraken, en dat met een beetje zorg jaren mooi blijft. Regelmatig luchten en af en toe uitkloppen of zacht stofzuigen is meestal genoeg. Een geribbelde wollen tegel op een gevel, of een vilten paneel naast de bank, voegt textuur toe die je van gips of kunststof niet krijgt. Wie wil weten welke soorten wol er voor een kleed zijn, vindt in mijn stuk over wollen vloerkleden het verschil tussen platgeweven, hoogpolig en Berber.
Of wol echt terugkomt als bouwmateriaal, moet nog blijken. Er is een lange weg van een installatie in een kerk naar een gevel in een Nederlandse straat. Maar een materiaal dat nu vaak wordt weggegooid, omvormen tot iets wat een huis warmer houdt en mooier maakt, dat vind ik precies de goede richting.
