In Villa Saporiti bij Como staat tot en met 20 september de achtste editie van Contemporary Design Selections, het onderdeel van het Lake Como Design Festival waar de nieuwe namen hangen. Curator Giovanna Massoni koos 57 projecten uit dertig landen en verdeelde die over tien zalen en de tuin. Het thema is Grenzen, en dat mochten de deelnemers zelf invullen, van materiaal en vorm tot de politieke kant van het vak.
Zulke tentoonstellingen zijn leuk om te bekijken en lastig om te wegen. Bijna alles is een prototype, bijna niets is te koop en de helft verdwijnt na de laatste dag in een opslag. Daarom doen wij het anders dan een beursverslag. Uit de zeven stukken die Dezeen eruit lichtte, zeg ik welke over twee jaar in een gewone winkel liggen en welke een eenmalig grapje blijven.
Drie die de winkel gaan halen
Fur van Studio Bjorn Verlinde. Het Belgische Studio Bjorn Verlinde liet een zit en bijzettafel zien waarvan de schommelstoel het opvallendst is. Geen rugleuning, wel een gebogen aluminium voet waarmee je zachtjes achterover kunt leunen, met een zitting van bruin leer die terugkomt in het blad van het tafeltje. Dit is het soort ontwerp dat een fabrikant zonder morren overneemt, want er zit één techniek in en één materiaalcontrast, en de vorm is met een gebogen buis na te maken. Reken op een versie in een grote collectie, in zwart en cognac.
BR Collection van Studio Alessandra Hofmann. Salontafels van travertijn waar rechthoekige platen handgegoten glas doorheen steken, zodat het blad op twee hoogtes ligt. De studio uit Basel liet bewust toe wat er in het proces misging, dus je ziet bellen in het glas en open poriën in de steen. Travertijn staat al twee jaar in elke woonwinkel en de stap naar een tafel met glas erin is klein. Dat wil zeggen, de gegoten versie blijft duur, maar een fabriek maakt hem straks met vlakglas na. Of dat een verbetering is, betwijfel ik, want juist de belletjes maken het ding.
Claustra van What’s Wrong Duo. Een kamerscherm van aluminium en keramiek in bruin, paars, crème en grijs, waarvan de studio de glazuren zelf ontwikkelde. Roomdividers zijn hard op weg terug omdat steeds meer mensen in één grote ruimte wonen en werken, iets waar wij eerder over schreven bij het aanbrengen van afscheiding zonder te verbouwen. Van deze zeven is dit het stuk met de duidelijkste functie, en dat is in de meubelwereld de beste voorspeller.
Twee die de beurs niet verlaten
Tattile van Studio YellowDot en Artisia. Een daybed dat eruitziet als een stuk pasta, in één keer geprint uit een mengsel van houtvezel en bioplastic, met de geribbelde buitenkant van het echte product. Het kwam tot stand met het 3D-printproject Artisia van pastamaker Barilla, en Studio YellowDot legt uit dat het over de grens tussen voedseltechniek en ontwerp gaat. Als gesprek is het geslaagd. Als meubel niet, want holle geprinte vormen op deze schaal zijn traag te maken, lastig te herstellen en moeilijk schoon te houden. Dit blijft waar het hoort, in een museum en op foto’s.
Saturnia van ArmoniusLab. Speakers waarvan de behuizing is omgeven door met zuur behandeld ijzer dat op de ringen van Saturnus lijkt. Hij hoort op de grond te staan en schuin omhoog te richten, zodat het geluid volgens de studio niet naar de luisteraar gaat maar door de kamer. Ik snap de gedachte en de ringen zijn prachtig, maar audio is een markt waar merken met een lange garantie en een app het winnen. Een losse designstudio krijgt dat zelden aan de praat.
Twee twijfelgevallen
Lights in Tension van Massimo Rigaglia. Lampen van repen buigzaam bamboe die door leren koorden op spanning worden gehouden, met een messing voet eronder. Rigaglia zegt dat hij breekbaarheid als schoonheid behandelt, en dat is precies het risico. Zo’n constructie leeft van de spanning, dus je moet er niet tegenaan stoten. Toch zou ik hier geld op zetten, want lampen zijn het goedkoopste instapstuk van elke collectie en bamboe past bij wat er nu aan natuurlijke materialen wordt gevraagd. Een verstevigde winkelversie kan.
The Long Take van The Happy Few. Een wollen kleed van tien meter lang, waarin geweven rechthoeken de tegels van een stoep nabootsen en het kleurverloop van grijs en blauw naar bruin en groen de wisseling van de seizoenen moet vertellen. Als idee vind ik dit het mooiste van de zeven. Alleen past een baan van tien meter in vrijwel geen Nederlandse woning, dus het hangt er volledig van af of er een versie van vier meter komt. Gebeurt dat, dan is het meteen een van de betere kleden voor een lange gang.
Wat ik eruit meeneem
De rode draad is niet het thema maar het materiaal. Vijf van de zeven stukken laten zien wat er misgaat in het maken, van bellen in glas tot poriën in steen en roest op ijzer, en noemen dat de versiering. Dat is geen toeval. Na jaren van egale, foutloze oppervlakken hunkert iedereen naar iets dat je met je ogen dicht kunt herkennen.
Thuis vertaalt zich dat het simpelst in één stuk met een zichtbaar spoor van de maker, naast dingen die verder hun mond houden. Wie liever eerst ziet wat er van zo’n selectie blijft hangen, kan onze weging van de trends uit het New Yorkse showhuis ernaast leggen. De rest is te zien in Como, op het festival zelf, tot en met zondag.
