Interieurontwerpers die dure projecten doen, kopen thuis vaker bij de Ikea dan ze in interviews toegeven. House Beautiful vroeg een aantal Amerikaanse ontwerpers welke stukken in hun eigen huis staan en kreeg zeventien namen terug. Wat opvalt is niet welke stukken het zijn, maar wat ze ermee doen.
Ze kopen het casco en maken het zelf af
Het patroon is bijna overal hetzelfde: neem een eerlijk, simpel frame en steek het geld in de afwerking. Ontwerper Sam Sacks kocht vier goedkope rotanfauteuils in de trant van de Buskbo en liet ze opnieuw bekleden, met mosgroen velours op de zitting. Nina Grauer doet hetzelfde met een Besta-kast: ander beslag, andere pootjes, en die standaardkast oogt als een dressoir. Ook de Ekenäset fauteuil, van massief hout, komt langs als kandidaat om zelf te stofferen.
Dat is precies waarom die stukken duurder ogen dan ze zijn. Een goedkoop meubel verraadt zichzelf zelden in het frame, maar bijna altijd in de stof, de knoppen en de poten. Vervang die drie en niemand ziet meer waar het vandaan komt. Wel eerst opmeten: hoe vaak een meubel pas ná bezorging tegenvalt, schreef ik in vier fouten die je pas ziet als het meubel er staat.
Opbergen dat niet als opbergen oogt
De tweede groep gaat over rommel wegwerken zonder een kastenwand neer te zetten. Genoemd worden het open Elvarli-rek voor boeken en platen, de Kallax-vakkenkast met gevlochten Knipsa-manden erin, en de kale Lack-planken, die volgens Grauer verrassend goed werken als open schoenendisplay in een kledingkast. Jessica Davis maakt van een Lagkapten-blad met Alex-ladeblokken een bureau dat zo lang is als ze nodig heeft.
Dit is het soort meubel dat je niet koopt om mooi te zijn, maar om iets uit het zicht te krijgen. Kies daarbij één materiaal voor de manden en houd dat vol; drie soorten riet in één kamer is precies het rommelige effect dat je wilde voorkomen.
Een van de scherpste opmerkingen uit het stuk gaat over een buitenbank, de modulaire Jutholmen. Nozawa koopt daar alleen het frame van en laat de kussens op maat maken in een dure stof. Haar redenering: hoe strakker en kaler het frame, hoe meer de kussens het beeld bepalen, dus daar hoort je geld naartoe. Ze let daarbij op wat ze boxy arms noemt, armleuningen die even hoog zijn als de rugleuning. Dat is een aanwijzing die net zo goed binnen werkt, want zo’n rechte lijn oogt rustiger en je ligt er prettiger tegenaan dan tegen een aflopende armleuning.
De kleine stukken die het meeste doen
Ontwerper Noz Nozawa noemt de Hovet-spiegel, bijna twee meter hoog, als het beste wat je per vierkante meter spiegel kunt kopen; ze zet hem gewoon tegen de muur aan. Verder komen de Alseda-kruk van gevlochten bananenblad langs als losse bijzet, het Färgklar-servies als dagelijks serviesgoed, de opvouwbare Tärnö-set voor buiten, en de plooibare Regnskur-kap met een Sunneby-snoer als hanglamp, in de Amerikaanse winkel voor 56 dollar. Wat een lamp hier kost verschilt per land, dus kijk op ikea.nl.
Let bij het overnemen van zo’n lijstje wel op de namen. De keukenkasten die in dit stuk Sektion heten, staan in Nederland als Metod in de winkel; dezelfde kast, andere naam. En sommige genoemde series bestaan alleen nog tweedehands. Dat is geen ramp: oude Ikea-ontwerpen doen het op Marktplaats en op de kringloop uitstekend, en juist die stukken passen goed tussen ander meubilair, zoals ik liet zien in meubels uit verschillende periodes combineren.
Bestel je online, reken dan de bezorging mee voordat je enthousiast wordt van de prijs; wanneer dat wel en niet loont staat in dit stuk over de bezorgkosten.
Mijn eigen samenvatting van deze zeventien: koop bij de Ikea vooral wat kaal en recht is, en betaal ergens anders voor wat je aanraakt. Een frame mag goedkoop zijn. Een stof, een handgreep of een lamp die je elke dag in je handen hebt, kun je beter één keer goed kopen.
