Een automerk dat een woontoren bouwt is geen nieuws meer. Dat er inmiddels zoveel van staan dat je ze op één rivieroever kunt aanwijzen, wel. Vorige week presenteerde Bugatti plannen voor een toren van zestig verdiepingen aan de Miami River, en ik blijf bij zulke projecten met dezelfde vraag zitten. Wat koop je nu eigenlijk als je zo’n label op je voordeur krijgt?
Wat er is aangekondigd
Dezeen publiceerde de eerste beelden van Bugatti Residences Miami, ontworpen door Brandon Haw Architecture met interieurs van Yabu Pushelberg. Het wordt de eerste branded residence van het merk in de Verenigde Staten, na een eerder aangekondigde toren in Dubai. De toren krijgt 183 appartementen en vier penthouses en is opgedeeld in vier blokken met dubbelhoge open ruimtes ertussen. Volgens het merk is het ontwerp geïnspireerd op de architectuur van Miami en op de vorm van de eigen auto’s, met een verwijzing naar een lijn die sinds de jaren dertig op Bugatti’s terugkomt.
De toren komt in Brickell, een wijk die momenteel vol staat met bouwkranen. Andere automerken gingen Bugatti daar al voor, en ook een modehuis heeft er plannen voor een toren van negentig verdiepingen. Het is dus geen uitzondering meer maar een categorie.
Wat je koopt, en wat niet
De eerlijke samenvatting is dit. Je koopt een gebouw dat is ontworpen door een architect en ingericht door een interieurbureau, allebei met een eigen handtekening, en daar wordt een merknaam overheen gezet die met wonen niets te maken heeft. De auto’s komen er niet in. Wat er wel in komt, is de esthetiek die iemand bij het merk passend vindt, en die keuze wordt gemaakt door mensen die daar goed in zijn. Yabu Pushelberg maakt al dertig jaar interieurs voor hotels en winkels die er in het echt beter uitzien dan op de rendering.
Daar zit meteen mijn bezwaar. Als het interieur goed is, is het goed omdat dat bureau het heeft gemaakt, niet omdat er een merklogo bij hoort. En als je die logica doortrekt naar wat er in je eigen woonkamer staat, verandert er iets aan hoe je kijkt. Een naam op een meubel zegt iets over wie het maakte en niets over of het bij jou werkt. Dat is precies de afweging die ook speelde bij de meubellijn die Kelly Wearstler voor een modeketen ontwierp, waar de naam van de ontwerper het grootste verkoopargument was.
Wat een merklabel wel oplevert, is samenhang. In een branded residence is over elke deurklink nagedacht door hetzelfde team, en dat voelt anders dan een appartement waar de ontwikkelaar per onderdeel de goedkoopste leverancier zocht. Die samenhang is echt en je betaalt ervoor. Alleen kun je hem thuis ook zelf maken, en dat kost vooral tijd en geen merknaam. Eén houtsoort door het hele huis, één type greep op alle kasten en één lichtkleur in elke lamp doen meer voor de rust in een interieur dan welk label dan ook.
Wat ik ervan meeneem
Ik vind het interessanter om te kijken naar wat deze torens gemeen hebben dan naar welk merk erop staat. Dat is steeds hetzelfde recept. Dubbelhoge ruimtes waar je binnenkomt, een gevel die in blokken is opgedeeld zodat hij minder hoog oogt, en een interieur in gedempte tinten met veel steen en hout. Het is een formule die werkt en die inmiddels zo vaak is herhaald dat hij over tien jaar net zo gedateerd oogt als de glimmende marmeren lobby’s uit de jaren negentig.
De les voor thuis is dan ook niet om iets van deze toren over te nemen, maar om voorzichtig te zijn met een interieur dat te precies bij een moment hoort. Spullen die je lang mooi blijft vinden, zijn meestal spullen die niets aan een jaartal verraden. Dat is ook de rode draad in wat ontwerpers zelf hun geld waard vinden, en daar zit opvallend weinig bij met een logo erop.
